DSV_Strongs(i)
1
H271
Achaz
H6242
was twintig
H8141
jaren
H1121
oud
H4427 H8800
, toen hij koning werd
H4427 H8804
, en regeerde
H8337 H6240
zestien
H8141
jaren
H3389
te Jeruzalem
H6213 H8804
; en hij deed
H3808
niet
H3477
dat recht
H5869
was in de ogen
H3068
des HEEREN
H1
, gelijk zijn vader
H1732
David;
2
H3212 H8799
Maar hij wandelde
H1870
in de wegen
H4428
der koningen
H3478
van Israel
H6213 H8804
; daartoe maakte hij
H1571
ook
H4541
gegotene beelden
H1168
voor de Baals.
3
H1931
Dezelve
H6999 H8689
rookte
H1516
ook in het dal
H1121
des zoons
H2011
van Hinnom
H1197 H8686
; en hij brandde
H1121
zijn zonen
H784
in het vuur
H8441
, naar de gruwelen
H1471
der heidenen
H834
, die
H3068
de HEERE
H4480
voor
H6440
het aangezicht
H1121
der kinderen
H3478
Israels
H3423 H8689
uit de bezitting verdreven had.
4
H2076 H8762
Ook offerde hij
H6999 H8762
en rookte
H5921
op
H1116
de hoogten
H5921
en op
H1389
de heuvelen
H8478
, mitsgaders onder
H3605
alle
H7488
groen
H6086
geboomte.
5
H5414 H8799
Daarom gaf
H3068
hem de HEERE
H430
, zijn God
H3027
, in de hand
H4428
des konings
H758
van Syrie
H5221 H8686
, dat zij hem sloegen
H4480
, en van
H7617 H8799
hem gevankelijk wegvoerden
H1419
een grote menigte
H7633
van gevangenen
H1834
, die zij te Damaskus
H935 H8686
brachten
H1571
. En hij werd ook
H5414 H8737
gegeven
H3027
in de hand
H4428
des konings
H3478
van Israel
H5221 H8686
, die hem sloeg
H1419
met een groten
H4347
slag.
6
H6492
Want Pekah
H1121
, de zoon
H7425
van Remalia
H2026 H8799
, sloeg
H3063
in Juda
H3967
honderd
H6242
en twintig
H505
duizend
H259
dood op een
H3117
dag
H3605
, allen
H2428
strijdbare
H1121
mannen
H3068
, omdat zij den HEERE
H430
, den God
H1
hunner vaderen
H5800 H8800
, verlaten hadden.
7
H2147
En Zichri
H1368
, een geweldig man
H669
van Efraim
H2026 H0
, sloeg
H4641
Maaseja
H1121
, den zoon
H4428
des konings
H2026 H8799
, dood
H5840
, en Azrikam
H5057 H1004
, den huisoverste
H511
, mitsgaders Elkana
H4932
, den tweede
H4428
na den koning.
8
H1121
En de kinderen
H3478
Israels
H7617 H0
voerden
H4480
van
H251
hun broederen
H7617 H8799
gevankelijk weg
H3967
tweehonderd
H505
duizend
H802
, vrouwen
H1121
, zonen
H1323
en dochteren
H962 H8804
, en plunderden
H1571
ook
H7227
veel
H7998
roofs
H4480
van
H935 H8686
hen; en zij brachten
H7998
den roof
H8111
te Samaria.
9
H8033
Aldaar
H1961 H8804
nu was
H5030
een profeet
H3068
des HEEREN
H8034
, wiens naam
H5752
was Oded
H3318 H8799
; die ging uit
H6635
, het heir
H6440
tegen
H8111
, dat naar Samaria
H935 H8802
kwam
H559 H8799
, en zeide
H2009
tot hen: Ziet
H2534
, door de grimmigheid
H3068
des HEEREN
H430
, des Gods
H1
uwer vaderen
H5921
, over
H3063
Juda
H3027
, heeft Hij hen in uw hand
H5414 H8804
gegeven
H2026 H8799
, en gij hebt hen doodgeslagen
H2197
in toornigheid
H5704
, [die] tot aan
H8064
den hemel
H5060 H8689
raakt.
10
H559 H8802
Daartoe denkt
H859
gij
H6258
nu
H1121
de kinderen
H3063
van Juda
H3389
en Jeruzalem
H5650
u tot slaven
H8198
en slavinnen
H3533 H8800
te onderwerpen
H859
; zijt gij
H3808
het niet
H7535
alleenlijk
H5973
? Bij
H819
ulieden zijn schulden
H3068
tegen den HEERE
H430
, uw God.
11
H6258
Nu dan
H8085 H8798
, hoort
H7725 H0
mij, en brengt
H7633
de gevangenen
H7725 H8685
weder
H834
, die
H4480
gij van
H251
uw broederen
H7617 H8804
gevankelijk weggevoerd hebt
H3588
; want
H2740
de hitte
H3068
van des HEEREN
H639
toorn
H5921
is over u.
12
H6965 H0
Toen maakten zich
H582
mannen
H6965 H8799
op
H4480
van
H7218
de hoofden
H1121
der kinderen
H669
van Efraim
H5838
, Azaria
H1121
, de zoon
H3076
van Johanan
H1296
, Berechja
H1121
, de zoon
H4919
van Mesillemoth
H3169
en Jehizkia
H1121
, de zoon
H7967
van Sallum
H6021
, en Amasa
H1121
, de zoon
H2311
van Hadlai
H5921
, tegen
H4480
degenen, die uit
H6635
het heir
H935 H8802
kwamen.
13
H559 H8799
En zij zeiden
H7633
tot hen: Gij zult deze gevangenen
H2008
hier
H3808
niet
H935 H8686
inbrengen
H3588
,
H819
tot een schuld
H5921
over
H3068
ons tegen den HEERE
H559 H8802
; denkt
H859
gijlieden
H3254 H8687
toe te doen
H5921
tot
H2403
onze zonden
H5921
en tot
H819
onze schulden
H3588
, hoewel
H7227
wij vele
H819
schulden
H2740
hebben, en de hitte
H639
des toorns
H5921
over
H3478
Israel is?
14
H5800 H8799
Toen lieten
H2502 H8803
de toegerusten
H7633
de gevangenen
H961
en den roof
H6440
voor het aangezicht
H8269
der oversten
H3695
en der ganse
H6951
gemeente.
15
H582
De mannen
H834
nu, die
H8034
met namen
H5344 H8738
uitgedrukt zijn
H6965 H8799
, maakten zich op
H2388 H8686
, en grepen
H7633
de gevangenen
H3847 H8689
, en kleedden
H4480
van
H7998
den roof
H3605
al
H4636
hun naakten
H3847 H8686
; en zij kleedden
H5274 H8686
hen, en schoeiden
H398 H8686
hen, en spijsden
H8248 H8686
hen, en drenkten
H5480 H8799
hen, en zalfden
H5095 H8762
hen, en voerden
H2543
ze op ezelen
H3605
, allen
H3782 H8802
die zwak waren
H935 H8686
, en brachten
H3405
hen te Jericho
H5892 H8558 H8677 H5899
, de Palmstad
H681
, bij
H251
hun broederen
H7725 H8799
; daarna keerden zij weder
H8111
naar Samaria.
16
H1931
Ter zelfder
H6256
tijd
H7971 H8804
zond
H4428
de koning
H271
Achaz
H5921
tot
H4428
de koningen
H804
van Assyrie
H5826 H8800
, dat zij hem helpen zouden.
17
H5750
Daarenboven
H130
waren ook de Edomieten
H935 H8804
gekomen
H3063
, en hadden Juda
H5221 H8686
geslagen
H7628
en gevangenen
H7617 H8799
gevankelijk weggevoerd.
18
H6430
Daartoe waren de Filistijnen
H5892
in de steden
H8219
der laagte
H5045
en het zuiden
H3063
van Juda
H6584 H8804
ingevallen
H3920 H8799
, en hadden ingenomen
H1053
Beth-semes
H357
, en Ajalon
H1450
, en Gederoth
H7755
, en Socho
H1323
en haar onderhorige plaatsen
H8553
, en Timna
H1323
en haar onderhorige plaatsen
H1579
, en Gimzo
H1323
en haar onderhorige plaatsen
H3427 H8799
; en zij woonden
H8033
aldaar.
19
H3588
Want
H3068
de HEERE
H3665 H8689
vernederde
H3063
Juda
H5668
, om der wille
H271
van Achaz
H4428
, den koning
H3478
Israels
H3588
; want
H3063
hij had Juda
H6544 H8689
afgetrokken
H4604
, dat het gans zeer
H4603 H8800
overtrad
H3068
tegen den HEERE.
20
H8407
En Tiglath-pilneser
H4428
, de koning
H804
van Assyrie
H935 H8799
, kwam
H5921
tot
H6696 H8799
hem; doch hij benauwde
H2388 H8804
hem, en sterkte
H3808
hem niet.
21
H3588
Want
H271
Achaz
H2505 H8804
nam een deel
H1004
van het huis
H3068
des HEEREN
H1004
, en van het huis
H4428
des konings
H8269
en der vorsten
H4428
, hetwelk hij den koning
H804
van Assyrie
H5414 H8799
gaf
H5833
; maar hij hielp
H3808
hem niet.
22
H6256
Ja, ter tijd
H6887 H8687
, als men hem benauwde
H4603 H8800
, zo maakte hij des overtredens
H3068
tegen den HEERE
H3254 H8686
nog meer
H1931
; dit
H4428
was de koning
H271
Achaz.
23
H2076 H8799
Want hij offerde
H430
den goden
H1834
van Damaskus
H5221 H8688
, die hem geslagen hadden
H559 H8799
, en zeide
H3588
: Omdat
H430
de goden
H1992
der
H4428
koningen
H758
van Syrie
H859
hen
H5826 H8688
helpen
H2076 H8762
, zal ik hun offeren
H5826 H8799
, opdat zij mij [ook] helpen
H1992
; maar zij
H1961 H8804
waren
H3782 H8687
hem tot zijn val
H3605
, mitsgaders aan gans
H3478
Israel.
24
H271
En Achaz
H622 H8799
verzamelde
H3627
de vaten
H1004
van het huis
H430
Gods
H7112 H0
, en hieuw
H3627
de vaten
H1004
van het huis
H430
Gods
H7112 H8762
in stukken
H5462 H8799
, en sloot
H1817
de deuren
H1004
van het huis
H3068
des HEEREN
H6213 H8799
toe; daartoe maakte hij
H4196
zich altaren
H3605
in alle
H6438
hoeken
H3389
te Jeruzalem.
25
H6213 H8804
Ook maakte hij
H3605 H5892
in elke
H5892
stad
H3063
van Juda
H1116
hoogten
H312
, om anderen
H430
goden
H6999 H8763
te roken
H3707 H0
; alzo verwekte hij
H3068
den HEERE
H1
, zijner vaderen
H430
God
H3707 H8686
, tot toorn.
26
H3499
Het overige
H1697
nu der geschiedenissen
H3605
, en al
H1870
zijn wegen
H7223
, de eerste
H314
en de laatste
H2009
, ziet
H3789 H8803
, zij zijn geschreven
H5921
in
H5612
het boek
H4428
der koningen
H3063
van Juda
H3478
en Israel.
27
H271
En Achaz
H7901 H8799
ontsliep
H5973
met
H1
zijn vaderen
H6912 H8799
, en zij begroeven
H5892
hem in de stad
H3389
te Jeruzalem
H3588
; maar
H935 H8689
zij brachten
H3808
hem niet
H6913
in de graven
H4428
der koningen
H3478
van Israel
H1121
; en zijn zoon
H3169
Jehizkia
H4427 H8799
werd koning
H8478
in zijn plaats.