Jeremiah 4

DSV_Strongs(i)
  1 H7725 H8799 Zo gij u bekeren zult H3478 , Israel H5002 H8803 ! spreekt H3068 de HEERE H7725 H8799 , bekeer u H8251 tot Mij; en zo gij uw verfoeiselen H6440 van Mijn aangezicht H5493 H8686 zult wegdoen H5110 H8799 , zo zwerft niet om.
  2 H7650 H8738 Maar zweer H3068 : [Zo] [waarachtig] [als] de HEERE H2416 leeft H571 ! in waarheid H4941 , in recht H6666 en in gerechtigheid H1471 ; zo zullen zich de heidenen H1288 H8694 in Hem zegenen H1984 H8691 , en zich in Hem beroemen.
  3 H559 H8804 Want zo zegt H3068 de HEERE H376 tot de mannen H3063 van Juda H3389 , en tot Jeruzalem H5214 H8798 : Braakt H5215 ulieden een braakland H2232 H8799 , en zaait H6975 niet onder de doornen.
  4 H4135 H8734 Besnijdt u H3068 den HEERE H5493 H8685 en doet weg H6190 de voorhuiden H3824 uwer harten H376 , gij mannen H3063 van Juda H3427 H8802 en inwoners H3389 van Jeruzalem H2534 ! opdat Mijner grimmigheid H3318 H8799 niet uitvare H784 als een vuur H1197 H8804 , en brande H3518 H8764 , dat niemand blussen kunne H6440 , vanwege H7455 de boosheid H4611 uwer handelingen.
  5 H5046 H8685 Verkondigt H3063 in Juda H8085 H8685 , en laat het horen H3389 te Jeruzalem H559 H8798 , en zegt H8628 H8798 het; ja, blaast H7782 de bazuin H776 in het land H7121 H8798 ; roept H4390 H8761 met volle H559 H8798 [stem] en zegt H622 H8734 : Verzamelt ulieden H935 H8799 , en laat ons ingaan H4013 in de vaste H5892 steden!
  6 H5375 H0 Werpt H5251 de banier H5375 H8798 op H6726 naar Sion H5756 H8685 , vlucht met hopen H5975 H8799 , blijft niet staan H935 H8688 ! want Ik breng H7451 een kwaad H6828 aan van het noorden H1419 , en een grote H7667 breuk.
  7 H738 De leeuw H5927 H8804 is opgekomen H5441 uit zijn haag H7843 H8688 , en de verderver H1471 der heidenen H5265 H8804 is opgetrokken H3318 H8804 , hij is uitgegaan H4725 uit zijn plaats H776 , om uw land H7760 H8800 te stellen H8047 in verwoesting H5892 ; uw steden H5327 H8799 zullen verstoord worden H3427 H8802 , dat er niemand in wone.
  8 H2296 H0 Hierom, gordt H8242 zakken H2296 H8798 aan H5594 H8798 , bedrijft misbaar H3213 H8685 en huilt H2740 ; want de hittigheid H3068 van des HEEREN H639 toorn H7725 H8804 is niet van ons afgekeerd.
  9 H3117 En het zal te dier tijd H5002 H8803 geschieden, spreekt H3068 de HEERE H3820 , [dat] het hart H4428 des konings H3820 en het hart H8269 der vorsten H6 H8799 vergaan zal H3548 ; en de priesters H8074 H8738 zullen zich ontzetten H5030 , en de profeten H8539 H8799 zich verwonderen.
  10 H559 H8799 Toen zeide ik H162 : Ach H136 , Heere H3069 HEERE H403 ! waarlijk H5971 , Gij hebt dit volk H3389 en Jeruzalem H5377 H8687 grotelijks H5377 H8689 bedrogen H559 H8800 , zeggende H7965 : Gijlieden zult vrede H2719 hebben; daar het zwaard H5315 tot aan de ziel H5060 H8804 raakt.
  11 H6256 Te dier tijd H5971 zal tot dit volk H3389 en tot Jeruzalem H559 H8735 gezegd worden H6703 : Een dorre H7307 wind H8205 van de hoge plaatsen H4057 in de woestijn H1870 , van den weg H1323 der dochter H5971 Mijns volks H2219 H8800 ; niet om te wannen H1305 H8687 , noch om te zuiveren.
  12 H7307 Er zal Mij een wind H935 H8799 komen H4392 , die hun te sterk H4941 zal zijn. Nu zal Ik ook oordelen H1696 H8762 tegen hen uitspreken.
  13 H5927 H8799 Ziet, hij komt op H6051 als wolken H4818 , en zijn wagenen H5492 zijn als een wervelwind H5483 , zijn paarden H7043 H8804 zijn sneller H5404 dan arenden H188 ; wee H7703 H8795 ons, want wij zijn verwoest!
  14 H3526 H8761 Was H3820 uw hart H7451 van boosheid H3389 , o Jeruzalem H3467 H8735 ! opdat gij behouden wordt H4284 ; hoe lang zult gij de gedachten H205 uwer ijdelheid H7130 in het binnenste H3885 H8686 van u laten vernachten?
  15 H6963 Want een stem H5046 H8688 verkondigt H1835 van Dan H205 af, en doet ellende H8085 H8688 horen H2022 van het gebergte H669 van Efraim.
  16 H2142 H8685 Vermeldt H1471 den volke H8085 H8685 , ziet, doet het horen H3389 tegen Jeruzalem H935 H8802 ; daar komen H5341 H8802 hoeders H4801 uit verren H776 lande H5414 H8799 ; en zij verheffen H6963 hun stem H5892 tegen de steden H3063 van Juda.
  17 H8104 H8802 Als de wachters H7704 der velden H5439 zijn zij rondom H4784 H8804 tegen haar; omdat zij tegen Mij wederspannig geweest is H5002 H8803 , spreekt H3068 de HEERE.
  18 H1870 Uw weg H4611 en uw handelingen H6213 H8804 hebben u deze dingen gedaan H7451 ; dit is uw boosheid H4751 , dat het [zo] bitter H3820 is, dat het tot aan uw hart H5060 H8804 raakt.
  19 H4578 O mijn ingewand H4578 , mijn ingewand H2342 H8799 H8675 H3176 H8686 ! ik heb barenswee H7023 , o wanden H3820 mijns harten H3820 ! mijn hart H1993 H8802 maakt getier H2790 H8686 in mij, ik kan niet zwijgen H5315 ; want gij, mijn ziel H8085 H8804 ! hoort H6963 het geluid H7782 der bazuin H8643 H4421 [en] het krijgsgeschrei.
  20 H7667 Breuk H7667 op breuk H7121 H8738 wordt er uitgeroepen H776 ; want het ganse land H7703 H8795 is verstoord H6597 ; haastelijk H168 zijn mijn tenten H7703 H8795 verstoord H3407 , mijn gordijnen H7281 in een ogenblik!
  21 H5251 Hoe lang zal ik de banier H7200 H8799 zien H6963 , het geluid H7782 der bazuin H8085 H8799 horen?
  22 H5971 Zekerlijk, Mijn volk H191 is dwaas H3045 H8804 , Mij kennen zij H5530 niet; het zijn zotte H1121 kinderen H995 H8737 , en zij zijn niet verstandig H2450 ; wijs H7489 H8687 zijn zij om kwaad te doen H3190 H8687 , maar goed te doen H3045 H8804 weten zij niet.
  23 H7200 H8804 Ik zag H776 het land H8414 aan, en ziet, het was woest H922 en ledig H8064 ; ook naar den hemel H216 , en zijn licht was er niet.
  24 H7200 H8804 Ik zag H2022 de bergen H7493 H8801 aan, en ziet, zij beefden H1389 ; en al de heuvelen H7043 H8701 schudden.
  25 H7200 H8804 Ik zag H120 , en ziet, er was geen mens H5775 ; en alle vogelen H8064 des hemels H5074 H8804 waren weggevlogen.
  26 H7200 H8804 Ik zag H3759 , en ziet, het vruchtbare land H4057 was een woestijn H5892 , en al zijn steden H5422 H8738 waren afgebroken H6440 , vanwege H3068 den HEERE H2740 , vanwege de hittigheid H639 Zijns toorns.
  27 H559 H8804 Want zo zegt H3068 de HEERE H776 : Dit ganse land H8077 zal een woestijn H3617 zijn (doch Ik zal geen voleinding H6213 H8799 maken);
  28 H776 Hierom zal de aarde H56 H8799 treuren H8064 , en de hemel H4605 daarboven H6937 H8804 zwart zijn H1696 H8765 ; omdat Ik het heb gesproken H2161 H8804 , Ik heb het voorgenomen H5162 H8738 en het zal Mij niet rouwen H7725 H8799 , en Ik zal Mij daarvan niet afkeren.
  29 H6963 Van het geroep H6571 der ruiteren H7198 H7411 H8802 en boogschutters H1272 H8802 vluchten H5892 al de steden H935 H8804 ; zij gaan H5645 in de wolken H5927 H8804 , en klimmen H3710 op de rotsen H5892 ; al de steden H5800 H8803 zijn verlaten H376 , zodat niemand H2004 in dezelve H3427 H8802 woont.
  30 H6213 H8799 Wat zult gij dan doen H7703 H8803 , gij verwoeste H3847 H8799 ? Al kleeddet gij u H8144 met scharlaken H5710 H8799 , al versierdet gij u H2091 met gouden H5716 sieraad H7167 H8799 , al schuurdet gij H5869 uw ogen H6320 met blanketsel H7723 , zo zoudt gij u [toch] tevergeefs H3302 H8691 oppronken H5689 H8802 ; de boelen H3988 H8804 versmaden H5315 u, zij zullen uw ziel H1245 H8762 zoeken.
  31 H8085 H8804 Want ik hoor H6963 een stem H2470 H8802 als van een [vrouw], die in arbeid is H6869 , een benauwdheid H1069 H8688 als van een, die in des eersten kinds nood is H6963 , de stem H1323 van de dochter H6726 Sions H3306 H8691 ; zij hijgt H6566 H0 , zij breidt H3709 haar handen H6566 H8762 uit H188 , [zeggende]: O, wee H5315 mij nu, want mijn ziel H5888 H8804 is moede H2026 H8802 vanwege de doodslagers!