DSV_Strongs(i)
1
H7725 H8799
Zo gij u bekeren zult
H3478
, Israel
H5002 H8803
! spreekt
H3068
de HEERE
H7725 H8799
, bekeer u
H8251
tot Mij; en zo gij uw verfoeiselen
H6440
van Mijn aangezicht
H5493 H8686
zult wegdoen
H5110 H8799
, zo zwerft niet om.
2
H7650 H8738
Maar zweer
H3068
: [Zo] [waarachtig] [als] de HEERE
H2416
leeft
H571
! in waarheid
H4941
, in recht
H6666
en in gerechtigheid
H1471
; zo zullen zich de heidenen
H1288 H8694
in Hem zegenen
H1984 H8691
, en zich in Hem beroemen.
3
H559 H8804
Want zo zegt
H3068
de HEERE
H376
tot de mannen
H3063
van Juda
H3389
, en tot Jeruzalem
H5214 H8798
: Braakt
H5215
ulieden een braakland
H2232 H8799
, en zaait
H6975
niet onder de doornen.
4
H4135 H8734
Besnijdt u
H3068
den HEERE
H5493 H8685
en doet weg
H6190
de voorhuiden
H3824
uwer harten
H376
, gij mannen
H3063
van Juda
H3427 H8802
en inwoners
H3389
van Jeruzalem
H2534
! opdat Mijner grimmigheid
H3318 H8799
niet uitvare
H784
als een vuur
H1197 H8804
, en brande
H3518 H8764
, dat niemand blussen kunne
H6440
, vanwege
H7455
de boosheid
H4611
uwer handelingen.
5
H5046 H8685
Verkondigt
H3063
in Juda
H8085 H8685
, en laat het horen
H3389
te Jeruzalem
H559 H8798
, en zegt
H8628 H8798
het; ja, blaast
H7782
de bazuin
H776
in het land
H7121 H8798
; roept
H4390 H8761
met volle
H559 H8798
[stem] en zegt
H622 H8734
: Verzamelt ulieden
H935 H8799
, en laat ons ingaan
H4013
in de vaste
H5892
steden!
6
H5375 H0
Werpt
H5251
de banier
H5375 H8798
op
H6726
naar Sion
H5756 H8685
, vlucht met hopen
H5975 H8799
, blijft niet staan
H935 H8688
! want Ik breng
H7451
een kwaad
H6828
aan van het noorden
H1419
, en een grote
H7667
breuk.
7
H738
De leeuw
H5927 H8804
is opgekomen
H5441
uit zijn haag
H7843 H8688
, en de verderver
H1471
der heidenen
H5265 H8804
is opgetrokken
H3318 H8804
, hij is uitgegaan
H4725
uit zijn plaats
H776
, om uw land
H7760 H8800
te stellen
H8047
in verwoesting
H5892
; uw steden
H5327 H8799
zullen verstoord worden
H3427 H8802
, dat er niemand in wone.
8
H2296 H0
Hierom, gordt
H8242
zakken
H2296 H8798
aan
H5594 H8798
, bedrijft misbaar
H3213 H8685
en huilt
H2740
; want de hittigheid
H3068
van des HEEREN
H639
toorn
H7725 H8804
is niet van ons afgekeerd.
9
H3117
En het zal te dier tijd
H5002 H8803
geschieden, spreekt
H3068
de HEERE
H3820
, [dat] het hart
H4428
des konings
H3820
en het hart
H8269
der vorsten
H6 H8799
vergaan zal
H3548
; en de priesters
H8074 H8738
zullen zich ontzetten
H5030
, en de profeten
H8539 H8799
zich verwonderen.
10
H559 H8799
Toen zeide ik
H162
: Ach
H136
, Heere
H3069
HEERE
H403
! waarlijk
H5971
, Gij hebt dit volk
H3389
en Jeruzalem
H5377 H8687
grotelijks
H5377 H8689
bedrogen
H559 H8800
, zeggende
H7965
: Gijlieden zult vrede
H2719
hebben; daar het zwaard
H5315
tot aan de ziel
H5060 H8804
raakt.
11
H6256
Te dier tijd
H5971
zal tot dit volk
H3389
en tot Jeruzalem
H559 H8735
gezegd worden
H6703
: Een dorre
H7307
wind
H8205
van de hoge plaatsen
H4057
in de woestijn
H1870
, van den weg
H1323
der dochter
H5971
Mijns volks
H2219 H8800
; niet om te wannen
H1305 H8687
, noch om te zuiveren.
12
H7307
Er zal Mij een wind
H935 H8799
komen
H4392
, die hun te sterk
H4941
zal zijn. Nu zal Ik ook oordelen
H1696 H8762
tegen hen uitspreken.
13
H5927 H8799
Ziet, hij komt op
H6051
als wolken
H4818
, en zijn wagenen
H5492
zijn als een wervelwind
H5483
, zijn paarden
H7043 H8804
zijn sneller
H5404
dan arenden
H188
; wee
H7703 H8795
ons, want wij zijn verwoest!
14
H3526 H8761
Was
H3820
uw hart
H7451
van boosheid
H3389
, o Jeruzalem
H3467 H8735
! opdat gij behouden wordt
H4284
; hoe lang zult gij de gedachten
H205
uwer ijdelheid
H7130
in het binnenste
H3885 H8686
van u laten vernachten?
15
H6963
Want een stem
H5046 H8688
verkondigt
H1835
van Dan
H205
af, en doet ellende
H8085 H8688
horen
H2022
van het gebergte
H669
van Efraim.
16
H2142 H8685
Vermeldt
H1471
den volke
H8085 H8685
, ziet, doet het horen
H3389
tegen Jeruzalem
H935 H8802
; daar komen
H5341 H8802
hoeders
H4801
uit verren
H776
lande
H5414 H8799
; en zij verheffen
H6963
hun stem
H5892
tegen de steden
H3063
van Juda.
17
H8104 H8802
Als de wachters
H7704
der velden
H5439
zijn zij rondom
H4784 H8804
tegen haar; omdat zij tegen Mij wederspannig geweest is
H5002 H8803
, spreekt
H3068
de HEERE.
18
H1870
Uw weg
H4611
en uw handelingen
H6213 H8804
hebben u deze dingen gedaan
H7451
; dit is uw boosheid
H4751
, dat het [zo] bitter
H3820
is, dat het tot aan uw hart
H5060 H8804
raakt.
19
H4578
O mijn ingewand
H4578
, mijn ingewand
H2342 H8799 H8675 H3176 H8686
! ik heb barenswee
H7023
, o wanden
H3820
mijns harten
H3820
! mijn hart
H1993 H8802
maakt getier
H2790 H8686
in mij, ik kan niet zwijgen
H5315
; want gij, mijn ziel
H8085 H8804
! hoort
H6963
het geluid
H7782
der bazuin
H8643 H4421
[en] het krijgsgeschrei.
20
H7667
Breuk
H7667
op breuk
H7121 H8738
wordt er uitgeroepen
H776
; want het ganse land
H7703 H8795
is verstoord
H6597
; haastelijk
H168
zijn mijn tenten
H7703 H8795
verstoord
H3407
, mijn gordijnen
H7281
in een ogenblik!
21
H5251
Hoe lang zal ik de banier
H7200 H8799
zien
H6963
, het geluid
H7782
der bazuin
H8085 H8799
horen?
22
H5971
Zekerlijk, Mijn volk
H191
is dwaas
H3045 H8804
, Mij kennen zij
H5530
niet; het zijn zotte
H1121
kinderen
H995 H8737
, en zij zijn niet verstandig
H2450
; wijs
H7489 H8687
zijn zij om kwaad te doen
H3190 H8687
, maar goed te doen
H3045 H8804
weten zij niet.
23
H7200 H8804
Ik zag
H776
het land
H8414
aan, en ziet, het was woest
H922
en ledig
H8064
; ook naar den hemel
H216
, en zijn licht was er niet.
24
H7200 H8804
Ik zag
H2022
de bergen
H7493 H8801
aan, en ziet, zij beefden
H1389
; en al de heuvelen
H7043 H8701
schudden.
25
H7200 H8804
Ik zag
H120
, en ziet, er was geen mens
H5775
; en alle vogelen
H8064
des hemels
H5074 H8804
waren weggevlogen.
26
H7200 H8804
Ik zag
H3759
, en ziet, het vruchtbare land
H4057
was een woestijn
H5892
, en al zijn steden
H5422 H8738
waren afgebroken
H6440
, vanwege
H3068
den HEERE
H2740
, vanwege de hittigheid
H639
Zijns toorns.
27
H559 H8804
Want zo zegt
H3068
de HEERE
H776
: Dit ganse land
H8077
zal een woestijn
H3617
zijn (doch Ik zal geen voleinding
H6213 H8799
maken);
28
H776
Hierom zal de aarde
H56 H8799
treuren
H8064
, en de hemel
H4605
daarboven
H6937 H8804
zwart zijn
H1696 H8765
; omdat Ik het heb gesproken
H2161 H8804
, Ik heb het voorgenomen
H5162 H8738
en het zal Mij niet rouwen
H7725 H8799
, en Ik zal Mij daarvan niet afkeren.
29
H6963
Van het geroep
H6571
der ruiteren
H7198 H7411 H8802
en boogschutters
H1272 H8802
vluchten
H5892
al de steden
H935 H8804
; zij gaan
H5645
in de wolken
H5927 H8804
, en klimmen
H3710
op de rotsen
H5892
; al de steden
H5800 H8803
zijn verlaten
H376
, zodat niemand
H2004
in dezelve
H3427 H8802
woont.
30
H6213 H8799
Wat zult gij dan doen
H7703 H8803
, gij verwoeste
H3847 H8799
? Al kleeddet gij u
H8144
met scharlaken
H5710 H8799
, al versierdet gij u
H2091
met gouden
H5716
sieraad
H7167 H8799
, al schuurdet gij
H5869
uw ogen
H6320
met blanketsel
H7723
, zo zoudt gij u [toch] tevergeefs
H3302 H8691
oppronken
H5689 H8802
; de boelen
H3988 H8804
versmaden
H5315
u, zij zullen uw ziel
H1245 H8762
zoeken.
31
H8085 H8804
Want ik hoor
H6963
een stem
H2470 H8802
als van een [vrouw], die in arbeid is
H6869
, een benauwdheid
H1069 H8688
als van een, die in des eersten kinds nood is
H6963
, de stem
H1323
van de dochter
H6726
Sions
H3306 H8691
; zij hijgt
H6566 H0
, zij breidt
H3709
haar handen
H6566 H8762
uit
H188
, [zeggende]: O, wee
H5315
mij nu, want mijn ziel
H5888 H8804
is moede
H2026 H8802
vanwege de doodslagers!