DSV_Strongs(i)
1
H7751 H8786
Gaat om
H2351
door de wijken
H3389
van Jeruzalem
H7200 H8798
, en ziet
H3045 H8798
nu toe, en verneemt
H1245 H8761
, en zoekt
H7339
op haar straten
H376
, of gij iemand
H4672 H8799
vindt
H3426
, of er een is
H4941
, die recht
H6213 H8802
doet
H530
, die waarheid
H1245 H8764
zoekt
H5545 H8799
, zo zal Ik haar genadig zijn.
2
H559 H8799
En of zij al zeggen
H3068
: [Zo] [waarachtig] [als] de HEERE
H2416
leeft
H7650 H8735
! zo zweren zij
H8267
toch valselijk.
3
H3068
O HEERE
H5869
! [zien] Uw ogen
H530
niet naar waarheid
H5221 H8689
? Gij hebt hen geslagen
H2342 H8804
, maar zij hebben geen pijn gevoeld
H3615 H8765
; Gij hebt hen verteerd
H3985 H8765
, [maar] zij hebben geweigerd
H4148
de tucht
H3947 H8800
aan te nemen
H6440
; zij hebben hun aangezichten
H2388 H8765
harder gemaakt
H5553
dan een steenrots
H3985 H8765
, zij hebben geweigerd
H7725 H8800
zich te bekeren.
4
H559 H8804
Doch ik zeide
H1800
: Zekerlijk, deze zijn arm
H2973 H8738
; zij handelen zottelijk
H1870
, omdat zij den weg
H3068
des HEEREN
H4941
, het recht
H430
hun Gods
H3045 H8804
niet weten.
5
H3212 H8799
Ik zal gaan
H1419
tot de groten
H1696 H8762
, en met hen spreken
H3045 H8804
, want die weten
H1870
den weg
H3068
des HEEREN
H4941
, het recht
H430
huns Gods
H3162
; maar zij hadden te zamen
H5923
het juk
H7665 H8804
verbroken
H4147
, [en] de banden
H5423 H8765
verscheurd.
6
H738
Daarom heeft hen een leeuw
H3293
uit het woud
H5221 H8689
verslagen
H2061
, een wolf
H6160
der wildernissen
H7703 H8799
zal hen verwoesten
H5246
; een luipaard
H8245 H8802
waakt
H5892
tegen hun steden
H2007
; al wie uit dezelve
H3318 H8802
uitgaat
H2963 H8735
, zal verscheurd worden
H6588
; want hun overtredingen
H7231 H8804
zijn vermenigvuldigd
H4878
, hun afkeringen
H6105 H8804
zijn machtig veel geworden.
7
H335
Hoe
H2063
zou Ik over zulks
H5545 H8799
u vergeven
H1121
? Uw kinderen
H5800 H8804
verlaten
H7650 H8735
Mij, en zweren
H3808
bij hen, die geen
H430
God
H7650 H8686
zijn; als Ik hen verzadigd heb
H5003 H8799
, zo bedrijven zij overspel
H1413 H8704
, en verzamelen bij hopen
H2181 H8802 H1004
in het hoerenhuis.
8
H2109 H8716
[Als] welgevoederde
H5483
hengsten
H7904 H8688
zijn zij vroeg op
H6670 H8799
; zij hunkeren
H376
een iegelijk
H7453
naar zijns naasten
H802
huisvrouw.
9
H6485 H8799
Zou Ik over die dingen geen bezoeking doen
H5002 H8803
? spreekt
H3068
de HEERE
H5315
. Of zou Mijn ziel
H5358 H8691
zich niet wreken
H1471
aan zulk een volk, als dit is?
10
H5927 H8798
Beklimt
H8284
haar muren
H7843 H8761
, en verderft
H6213 H8799
ze (doch maakt
H3617
geen voleinding
H5493 H0
); doet
H5189
haar spitsen
H5493 H8685
weg
H3068
, want zij zijn des HEEREN niet.
11
H1004
Want het huis
H3478
van Israel
H1004
en het huis
H3063
van Juda
H898 H8800
hebben gans
H898 H8804
trouwelooslijk tegen Mij gehandeld
H5002 H8803
, spreekt
H3068
de HEERE.
12
H3584 H8765
Zij verloochenen
H3068
den HEERE
H559 H8799
, en zeggen
H7451
: Hij is het niet, en ons zal geen kwaad
H935 H8799
overkomen
H2719
, wij zullen noch zwaard
H7458
noch honger
H7200 H8799
zien.
13
H5030
Ja, die profeten
H7307
zullen tot wind worden
H1696 H8763
, want het woord
H6213 H8735
is niet bij hen; hun zelven zal zo geschieden.
14
H559 H8804
Daarom zegt
H3068
de HEERE
H430
, de God
H6635
der heirscharen
H1697
, alzo, omdat gijlieden dit woord
H1696 H8763
spreekt
H1697
: Ziet, Ik zal Mijn woorden
H6310
in uw mond
H784
tot vuur
H5414 H8802
maken
H5971
, en dit volk
H6086
[tot] hout
H398 H8804
, en het zal hen verteren.
15
H1471
Ziet, Ik zal over ulieden een volk
H4801
van verre
H935 H8688
brengen
H1004
, o huis
H3478
Israels
H5002 H8803
! spreekt
H3068
de HEERE
H386
; het is een sterk
H1471
volk
H5769
, het is een zeer oud
H1471
volk
H1471
, een volk
H3956
, welks spraak
H3045 H8799
gij niet zult kennen
H8085 H8799
, en niet horen
H1696 H8762
, wat het spreken zal.
17
H7105
En het zal uw oogst
H3899
en uw brood
H398 H8804
opeten
H1121
, [dat] uw zonen
H1323
en uw dochteren
H398 H8799
zouden eten
H6629
; het zal uw schapen
H1241
en uw runderen
H398 H8799
opeten
H1612
; het zal uw wijnstok
H8384
en uw vijgeboom
H398 H8799
opeten
H4013
; uw vaste
H5892
steden
H2007
, op dewelke
H982 H8802
gij vertrouwt
H7567 H8779
, zal het arm maken
H2719
, door het zwaard.
18
H3117
Nochtans zal Ik ook in die dagen
H5002 H8803
, spreekt
H3068
de HEERE
H3617
, geen voleinding
H6213 H8799
met ulieden maken.
19
H559 H8799
En het zal geschieden, wanneer gij zult zeggen
H8478 H4100
: Waarom
H3068
heeft ons de HEERE
H430
, onze God
H6213 H8804
, al deze dingen gedaan
H559 H8804
? dat gij tot hen zeggen zult
H5800 H8804
: Gelijk als gijlieden Mij hebt verlaten
H5236
, en vreemde
H430
goden
H776
in uw land
H5647 H8799
gediend
H2114 H8801
, alzo zult gij de uitlandse
H5647 H8799
dienen
H776
, in een land, dat het uwe niet is.
20
H5046 H8685
Verkondigt
H1004
dit in het huis
H3290
van Jakob
H8085 H8685
, en laat het horen
H3063
in Juda
H559 H8800
, zeggende:
21
H8085 H8798
Hoort
H5530
nu dit, gij dwaas
H3820
en harteloos
H5971
volk
H5869
! die ogen
H7200 H8799
hebben, maar zien
H241
niet, die oren
H8085 H8799
hebben, maar horen niet.
22
H3372 H8799
Zult gijlieden Mij niet vrezen
H5002 H8803
? spreekt
H3068
de HEERE
H6440
; zult gij voor Mijn aangezicht
H2342 H8799
niet beven
H3220
? Die der zee
H2344
het zand
H1366
tot een paal
H7760 H8804
gesteld heb
H5769
, met een eeuwige
H2706
inzetting
H5674 H8799
, dat zij daarover niet zal gaan
H1530
; ofschoon haar golven
H1607 H8691
zich bewegen
H3201 H8799
, zo zullen zij toch niet vermogen
H1993 H8804
, ofschoon zij bruisen
H5674 H8799
, zo zullen zij toch daarover niet gaan.
23
H5971
Maar dit volk
H5637 H8802
heeft een afvallig
H4784 H8802
en wederspannig
H3820
hart
H5493 H8804
; zij zijn afgevallen
H3212 H8799
en heengegaan;
24
H559 H8804
En zij zeggen
H3824
niet in hun hart
H3068
: Laat ons nu den HEERE
H430
, onzen God
H3372 H8799
, vrezen
H1653
, Die den regen
H5414 H8802
geeft
H3138
, zo vroegen regen
H4456
als spaden regen
H6256
, op Zijn tijd
H2708
; [Die] ons de weken, de gezette
H7620
tijden
H7105
van den oogst
H8104 H8799
, bewaart.
25
H5771
Uw ongerechtigheden
H5186 H8689
wenden die dingen af
H2403
, en uw zonden
H4513 H8804
weren
H2896
dat goede van ulieden.
26
H5971
Want onder Mijn volk
H7563
worden goddelozen
H4672 H8738
gevonden
H7789 H8799
; een ieder van hen loert
H3353
, gelijk zich de vogelvangers
H7918 H8800
schikken
H5324 H8689
; zij zetten
H4889
een verderfelijken strik
H3920 H8799
, zij vangen
H582
de mensen.
27
H3619
Gelijk een kouw
H4392
vol
H5775
is van gevogelte
H1004
, alzo zijn hun huizen
H4392
vol
H4820
van bedrog
H1431 H8804
; daarom zijn zij groot
H6238 H8686
en rijk geworden.
28
H8080 H8804
Zij zijn vet
H6245 H8804
, zij zijn glad
H1697
, zelfs de daden
H7451
der bozen
H5674 H8804
gaan zij te boven
H1779
; de rechtzaak
H1777 H8804
richten zij
H3490
niet, [zelfs] de rechtzaak des wezen
H6743 H8686
, nochtans zijn zij voorspoedig
H8199 H8804
; ook oordelen zij
H4941
het recht
H34
der nooddruftigen niet.