Luke 24:46 Cross References - DSV_Strongs
Psalms 22:1-31
1
H4210
Een psalm
H1732
van David
H5329 H8764
, voor den opperzangmeester
H365
, op Aijeleth
H7837
hasschachar
H410
. [022:2] Mijn God
H410
, mijn God
H5800 H8804
! waarom hebt Gij mij verlaten
H7350
, verre
H3444
zijnde van mijn verlossing
H1697
, [van] de woorden
H7581
mijns brullens?
2
H430
[022:3] Mijn God
H7121 H8799
! Ik roep
H3119
des daags
H6030 H8799
, maar Gij antwoordt
H3915
niet; en des nachts
H1747
, en ik heb geen stilte.
3
H6918
[022:4] Doch Gij zijt heilig
H3427 H8802
, wonende
H8416
[onder] de lofzangen
H3478
Israels.
4
H1
[022:5] Op U hebben onze vaders
H982 H8804
vertrouwd
H982 H8804
; zij hebben vertrouwd
H6403 H8762
, en Gij hebt hen uitgeholpen.
5
H2199 H8804
[022:6] Tot U hebben zij geroepen
H4422 H8738
, en zijn uitgered
H982 H8804
; op U hebben zij vertrouwd
H954 H8804
, en zijn niet beschaamd geworden.
6
H8438
[022:7] Maar ik ben een worm
H376
en geen man
H2781
, een smaad
H120
van mensen
H959 H8803
, en veracht
H5971
van het volk.
7
H7200 H8802
[022:8] Allen, die mij zien
H3932 H8686
, bespotten
H6358 H0
mij; zij steken
H8193
de lip
H6358 H8686
uit
H5128 H8686
, zij schudden
H7218
het hoofd, [zeggende]:
8
H3068
[022:9] Hij heeft [het] op den HEERE
H1556 H8800
gewenteld
H6403 H8762
, dat Hij hem [nu] uithelpe
H5337 H8686
, dat Hij hem redde
H2654 H8804
, dewijl Hij lust aan hem heeft!
9
H990
[022:10] Gij zijt het immers, die mij uit den buik
H1518 H8801
hebt uitgetogen
H982 H8688
; die mij hebt doen vertrouwen
H517
, zijnde aan mijner moeders
H7699
borsten.
10
H7993 H8717
[022:11] Op U ben ik geworpen
H7358
van de baarmoeder
H990
af; van den buik
H517
mijner moeder
H410
aan zijt Gij mijn God.
11
H7368 H8799
[022:12] Zo wees niet verre
H6869
van mij, want benauwdheid
H7138
is nabij
H5826 H8802
; want er is geen helper.
12
H7227
[022:13] Vele
H6499
varren
H5437 H8804
hebben mij omsingeld
H47
, sterke
H1316
[stieren] van Basan
H3803 H8765
hebben mij omringd.
13
H6310
[022:14] Zij hebben hun mond
H6475 H8804
tegen mij opgesperd
H2963 H8802
, [als] een verscheurende
H7580 H8802
en brullende
H738
leeuw.
14
H8210 H8738
[022:15] Ik ben uitgestort
H4325
als water
H6106
, en al mijn beenderen
H6504 H8694
hebben zich vaneen gescheiden
H3820
; mijn hart
H1749
is als was
H4549 H8738
, het is gesmolten
H8432
in het midden
H4578
mijns ingewands.
15
H3581
[022:16] Mijn kracht
H3001 H8804
is verdroogd
H2789
als een potscherf
H3956
, en mijn tong
H1692 H8716
kleeft
H4455
aan mijn gehemelte
H8239 H8799
; en Gij legt
H6083
mij in het stof
H4194
des doods.
16
H3611
[022:17] Want honden
H5437 H8804
hebben mij omsingeld
H5712
; een vergadering
H7489 H8688
van boosdoeners
H5362 H8689
heeft mij omgeven
H3027
; zij hebben mijn handen
H7272
en mijn voeten
H3738 H8804 H8675 H738
doorgraven.
17
H6106
[022:18] Al mijn beenderen
H5608 H8762
zou ik kunnen tellen
H5027 H8686
; zij schouwen het aan
H7200 H8799
, zij zien op mij.
18
H2505 H8762
[022:19] Zij delen
H899
mijn klederen
H5307 H8686
onder zich, en werpen
H1486
het lot
H3830
over mijn gewaad.
19
H3068
[022:20] Maar Gij, HEERE
H7368 H8799
! wees niet verre
H360
; mijn Sterkte
H2363 H8798
! haast U
H5833
tot mijn hulp.
20
H5337 H8685
[022:21] Red
H5315
mijn ziel
H2719
van het zwaard
H3173
, mijn eenzame
H3027
van het geweld
H3611
des honds.
21
H3467 H8685
[022:22] Verlos
H738
mij uit des leeuwen
H6310
muil
H6030 H8804
; en verhoor
H7161
mij van de hoornen
H7214
der eenhoornen.
22
H8034
[022:23] Zo zal ik Uw Naam
H251
mijn broederen
H5608 H8762
vertellen
H8432
; in het midden
H6951
der gemeente
H1984 H8762
zal ik U prijzen.
23
H3068
[022:24] Gij, die den HEERE
H3373
vreest
H1984 H8761
! prijst
H2233
Hem; al gij zaad
H3290
van Jakob
H3513 H8761
! vereert
H1481 H8798
Hem; en ontziet u
H2233
voor Hem, al gij zaad
H3478
van Israel!
24
H959 H8804
[022:25] Want Hij heeft niet veracht
H8262 H8765
, noch verfoeid
H6039
de verdrukking
H6041
des verdrukten
H6440
, noch Zijn aangezicht
H5641 H8689
voor hem verborgen
H8085 H8804
; maar Hij heeft gehoord
H7768 H8763
, als die tot Hem riep.
25
H8416
[022:26] Van U zal mijn lof
H7227
zijn in een grote
H6951
gemeente
H5088
; ik zal mijn geloften
H7999 H8762
betalen
H3373
in tegenwoordigheid dergenen, die Hem vrezen.
26
H6035
[022:27] De zachtmoedigen
H398 H8799
zullen eten
H7646 H8799
en verzadigd worden
H3068
; zij zullen den HEERE
H1984 H8762
prijzen
H1875 H8802
, die Hem zoeken
H3824
; ulieder hart
H5703
zal in eeuwigheid
H2421 H8799
leven.
27
H657
[022:28] Alle einden
H776
der aarde
H2142 H8799
zullen het gedenken
H3068
, en zich tot den HEERE
H7725 H8799
bekeren
H4940
; en alle geslachten
H1471
der heidenen
H6440
zullen voor Uw aangezicht
H7812 H8691
aanbidden.
28
H4410
[022:29] Want het koninkrijk
H3068
is des HEEREN
H4910 H8802
, en Hij heerst
H1471
onder de heidenen.
29
H1879
[022:30] Alle vetten
H776
op aarde
H398 H8804
zullen eten
H7812 H8691
, en aanbidden
H6083
; allen, die in het stof
H3381 H8802
nederdalen
H6440
, zullen voor Zijn aangezicht
H3766 H8799
nederbukken
H5315
; en die zijn ziel
H2421 H8765
bij het leven niet kan houden.
Isaiah 50:6
Isaiah 53:2-12
2
H3126
Want Hij is als een rijsje
H6440
voor Zijn aangezicht
H5927 H8799
opgeschoten
H8328
, en als een wortel
H6723
uit een dorre
H776
aarde
H8389
; Hij had geen gedaante
H1926
noch heerlijkheid
H7200 H8799
; als wij Hem aanzagen
H4758
, zo was er geen gestalte
H2530 H8799
, dat wij Hem zouden begeerd hebben.
3
H959 H8737
Hij was veracht
H2310
, en de onwaardigste
H376
onder de mensen
H376
, een Man
H4341
van smarten
H3045 H8803
, en verzocht
H2483
in krankheid
H4564 H8688
; en [een] [iegelijk] was als verbergende
H6440
het aangezicht
H959 H8737
voor Hem; Hij was veracht
H2803 H8804
, en wij hebben Hem niet geacht.
4
H403
Waarlijk
H2483
, Hij heeft onze krankheden
H5375 H8804
op Zich genomen
H4341
, en onze smarten
H5445 H8804
heeft Hij gedragen
H2803 H8804
; doch wij achtten
H5060 H8803
Hem, dat Hij geplaagd
H430
, van God
H5221 H8716
geslagen
H6031 H8794
en verdrukt was.
5
H6588
Maar Hij is om onze overtredingen
H2490 H8775
verwond
H5771
, om onze ongerechtigheden
H1792 H8794
is Hij verbrijzeld
H4148
; de straf
H7965
, die ons den vrede
H2250
aanbrengt, was op Hem, en door Zijn striemen
H7495 H8738
is ons genezing geworden.
6
H8582 H8804
Wij dwaalden
H6629
allen als schapen
H6437 H8804
, wij keerden ons
H376
een iegelijk
H1870
naar zijn weg
H3068
; doch de HEERE
H5771
heeft onzer aller ongerechtigheid
H6293 H8689
op Hem doen aanlopen.
7
H5065 H8738
[Als] dezelve geeist werd
H6031 H8737
, toen werd Hij verdrukt
H6310
; doch Hij deed Zijn mond
H6605 H8799
niet open
H7716
; als een lam
H2874
werd Hij ter slachting
H2986 H8714
geleid
H7353
, en als een schaap
H481 H8738
, dat stom is
H6440
voor het aangezicht
H1494 H8802
zijner scheerders
H6310
, alzo deed Hij Zijn mond
H6605 H8799
niet open.
8
H6115
Hij is uit den angst
H4941
en uit het gericht
H3947 H8795
weggenomen
H1755
; en wie zal Zijn leeftijd
H7878 H8787
uitspreken
H1504 H8738
? Want Hij is afgesneden
H776
uit het land
H2416
der levenden
H6588
; om de overtreding
H5971
Mijns volks
H5061
is de plage op Hem geweest.
9
H6913
En men heeft Zijn graf
H7563
bij de goddelozen
H5414 H8799
gesteld
H6223
, en Hij is bij den rijke
H4194
in Zijn dood
H2555
geweest, omdat Hij geen onrecht
H6213 H8804
gedaan heeft
H4820
, noch bedrog
H6310
in Zijn mond geweest is.
10
H2654 H8804
Doch het behaagde
H3068
den HEERE
H1792 H8763
Hem te verbrijzelen
H2470 H8689
; Hij heeft [Hem] krank gemaakt
H5315
; als Zijn ziel
H817
Zich [tot] een schuldoffer
H7760 H8799
gesteld zal hebben
H2233
, zo zal Hij zaad
H7200 H8799
zien
H3117
, Hij zal de dagen
H748 H8686
verlengen
H2656
; en het welbehagen
H3068
des HEEREN
H3027
zal door Zijn hand
H6743 H8799
gelukkiglijk voortgaan.
11
H5999
Om den arbeid
H5315
Zijner ziel
H7200 H8799
zal Hij het zien
H7646 H8799
, [en] verzadigd worden
H1847
; door Zijn kennis
H5650
zal Mijn Knecht
H6662
, de Rechtvaardige
H7227
, velen
H6663 H8686
rechtvaardig maken
H5771
, want Hij zal hun ongerechtigheden
H5445 H8799
dragen.
12
H2505 H8762
Daarom zal Ik Hem een deel geven
H7227
van velen
H6099
, en Hij zal de machtigen
H7998
als een roof
H2505 H8762
delen
H5315
, omdat Hij Zijn ziel
H6168 H8689
uitgestort heeft
H4194
in den dood
H6586 H8802
, en met de overtreders
H4487 H8738
is geteld geweest
H7227
, en Hij veler
H2399
zonden
H5375 H8804
gedragen heeft
H6586 H8802
, en voor de overtreders
H6293 H8686
gebeden heeft.
Luke 24:7
Luke 24:26-27
Luke 24:44
44
G1161
En
G2036 G5627
Hij zeide
G846
tot hen
G3778
: Dit
G3056
zijn de woorden
G3739
, die
G4314
Ik tot
G5209
u
G2980 G5656
sprak
G2089
, als Ik nog
G4862
met
G5213
u
G5607 G5752
was
G3754
, [namelijk] dat
G3956
het alles
G1163 G5748
moest
G4137 G5683
vervuld worden
G3588
, wat
G4012
van
G1700
Mij
G1125 G5772
geschreven is
G1722
in
G3551
de Wet
G3475
van Mozes
G2532
, en
G4396
de Profeten
G2532
, en
G5568
Psalmen.
Acts 4:12
12
G2532 G3756
En
G4991
de zaligheid
G2076 G5748
is
G1722
in
G3762
geen
G243
Anderen
G1063
; want
G2076 G5748
er is
G5259
ook onder
G3772
den hemel
G3777
geen
G2087
andere
G3686
Naam
G1722
, Die onder
G444
de mensen
G1325 G5772
gegeven is
G1722
, door
G3739
Welken
G2248
wij
G1163 G5748
moeten
G4982 G5683
zalig worden.
Acts 17:3
3
G1272 G5723
[Dezelve] openende
G2532
, en
G3908 G5734
voor [ogen] stellende
G3754
, dat
G5547
de Christus
G1163 G5713
moest
G3958 G5629
lijden
G2532
en
G450 G5629
opstaan
G1537
uit
G3498
de doden
G2532
, en
G3754
dat
G3778
deze
G2424
Jezus
G2076 G5748
is
G5547
de Christus
G3739
, Dien
G1473
ik
G5213
, [zeide] [hij], ulieden
G2605 G5719
verkondige.
1 Peter 1:3
3
G2128
Geloofd zij
G2316
de God
G2532
en
G3962
Vader
G2257
van onzen
G2962
Heere
G2424
Jezus
G5547
Christus
G3588
, Die
G2596
naar
G846
Zijn
G4183
grote
G1656
barmhartigheid
G2248
ons
G313 G5660
heeft wedergeboren
G1519
, tot
G2198 G5723
een levende
G1680
hoop
G1223
, door
G386
de opstanding
G2424
van Jezus
G5547
Christus
G1537
uit
G3498
de doden.