Bible verses about "genesis" | DSV_Strongs

Genesis 20:1-18

  1 H85 En Abraham H5265 H8799 reisde H776 van daar naar het land H5045 van het zuiden H3427 H8799 , en woonde H996 tussen H6946 Kades H996 en tussen H7793 Sur H1481 H8799 ; en hij verkeerde als vreemdeling H1642 te Gerar.
  2 H85 Als nu Abraham H413 van H8283 Sara H802 , zijn huisvrouw H559 H8799 , gezegd had H1931 : Zij H269 is mijn zuster H7971 H8799 , zo zond H40 Abimelech H4428 , de koning H1642 van Gerar H3947 H8799 , en nam H8283 Sara weg.
  3 H430 Maar God H935 H8799 kwam H413 tot H40 Abimelech H2472 in een droom H3915 des nachts H559 H8799 , en Hij zeide H2005 tot hem: Zie H4191 H8801 , gij zijt dood H5921 om H802 der vrouwe H834 wil, die H3947 H8804 gij weggenomen hebt H1931 ; want zij H1167 is met een man H1166 H8803 getrouwd.
  4 H40 Doch Abimelech H413 was tot H3808 haar niet H7126 H8804 genaderd H559 H8799 ; daarom zeide hij H136 : Heere H1571 ! zult Gij dan ook H6662 een rechtvaardig H1471 volk H2026 H8799 doden?
  5 H1931 Heeft hij zelf H3808 mij niet H559 H8804 gezegd H1931 : Zij H269 is mijn zuster H1931 ? en zij H1571 , ook H1931 zij H559 H8804 heeft gezegd H1931 : Hij H251 is mijn broeder H8537 . In oprechtheid H3824 mijns harten H5356 en in reinheid H3709 mijner handen H2063 , heb ik dit H6213 H8804 gedaan.
  6 H430 En God H559 H8799 zeide H413 tot H2472 hem in den droom H595 : Ik H1571 heb ook H3045 H8804 geweten H2063 , dat gij dit H8537 in oprechtheid H3824 uws harten H6213 H8804 gedaan hebt H595 , en Ik H853 heb u H1571 ook H2820 H8799 belet H2398 H8800 van tegen Mij te zondigen H5921 H3651 ; daarom H3808 heb Ik u niet H5414 H8804 toegelaten H413 , haar aan H5060 H8800 te roeren.
  7 H7725 H0 Zo geef H6258 dan nu H376 dezes mans H802 huisvrouw H7725 H8685 weder H3588 ; want H1931 hij H5030 is een profeet H1157 , en hij zal voor u H6419 H8691 bidden H2421 H8798 , opdat gij leeft H518 ; maar zo H369 gij haar niet H7725 H8688 wedergeeft H3045 H8798 , weet H3588 , dat H4191 H8800 gij voorzeker H4191 H8799 sterven zult H859 , gij H3605 , en al H834 wat uwes is!
  8 H7925 H0 Toen stond H40 Abimelech H1242 des morgens H7925 H8686 vroeg op H7121 H8799 , en riep H3605 al H5650 zijn knechten H1696 H8762 , en sprak H3605 al H428 deze H1697 woorden H241 voor hun oren H582 . En die mannen H3372 H8799 vreesden H3966 zeer.
  9 H40 En Abimelech H7121 H8799 riep H85 Abraham H559 H8799 , en zeide H4100 tot hem: Wat H6213 H8804 hebt gij ons gedaan H4100 ? en wat H2398 H8804 heb ik tegen u gezondigd H3588 , dat H5921 gij over H5921 mij en over H4467 mijn koninkrijk H1419 een grote H2401 zonde H935 H8689 gebracht hebt H4639 ? gij hebt daden H5973 met H6213 H8804 mij gedaan H3808 , die niet H6213 H8735 zouden gedaan worden.
  10 H559 H8799 Voorts zeide H40 Abimelech H413 tot H85 Abraham H4100 : Wat H7200 H8804 hebt gij gezien H3588 , dat H2088 gij deze H1697 zaak H6213 H8804 gedaan hebt?
  11 H85 En Abraham H559 H8799 zeide H559 H8804 : Want ik dacht H7535 : alleen H369 H0 is H3374 de vreze H430 Gods H2088 in deze H4725 plaats H369 niet H5921 H1697 , zodat zij mij om H802 mijner huisvrouw H1697 wil H2026 H8804 zullen doden.
  12 H1571 En ook H546 [is] [zij] waarlijk H269 mijn zuster H1931 ; zij H1 is mijns vaders H1323 dochter H389 , maar H3808 niet H517 mijner moeder H1323 dochter H802 ; en zij is mij ter vrouwe H1961 H8799 geworden.
  13 H1961 H8799 En het is geschied H834 , als H430 God H853 mij H4480 uit H1 mijns vaders H1004 huis H8582 H8689 deed dwalen H559 H8799 , zo sprak ik H2088 tot haar: Dit H2617 zij uw weldadigheid H834 , die H5973 gij bij mij H6213 H8799 doen zult H413 ; aan H3605 alle H4725 plaatsen H834 H8033 waar H935 H8799 wij komen zullen H559 H8798 , zeg H1931 van mij: Hij H251 [is] mijn broeder!
  14 H3947 H8799 Toen nam H40 Abimelech H6629 schapen H1241 en runderen H5650 , ook dienstknechten H8198 en dienstmaagden H5414 H8799 , en gaf H85 dezelve aan Abraham H7725 H0 ; en hij gaf H853 hem H8283 Sara H802 zijn huisvrouw H7725 H8686 weder.
  15 H40 En Abimelech H559 H8799 zeide H2009 : Zie H776 , mijn land H6440 is voor uw aangezicht H3427 H8798 ; woon H2896 , waar het goed H5869 is in uw ogen.
  16 H8283 En tot Sara H559 H8804 zeide hij H2009 : Zie H251 , ik heb uw broeder H505 duizend H3701 zilverlingen H5414 H8804 gegeven H2009 ; zie H1931 , hij H3682 zij u een deksel H5869 der ogen H3605 , allen H834 , die H854 met H854 u zijn, ja, bij H3605 allen H3198 H8737 , en wees geleerd.
  17 H85 En Abraham H6419 H8691 bad H413 tot H430 God H430 ; en God H7495 H8799 genas H40 Abimelech H802 , en zijn huisvrouw H519 , en zijn dienstmaagden H3205 H8799 , zodat zij baarden.
  18 H3588 Want H3068 de HEERE H1157 H3605 had al H7358 de baarmoeders H1004 van het huis H40 van Abimelech H6113 H8800 ganselijk H6113 H8804 toegesloten H5921 , ter H1697 oorzake H8283 van Sara H85 , Abrahams H802 huisvrouw.

Genesis 10:1-32

  1 H429 Dit H8435 nu [zijn] de geboorten H5146 van Noachs H1121 zonen H8035 : Sem H2526 , Cham H3315 , en Jafeth H3205 H0 ; en hun werden H1121 zonen H3205 H8735 geboren H310 na H3999 den vloed.
  2 H1121 De zonen H3315 van Jafeth H1586 [zijn]: Gomer H4031 , en Magog H4074 , en Madai H3120 , en Javan H8422 , en Tubal H4902 , en Mesech H8494 , en Thiras.
  3 H1121 En de zonen H1586 van Gomer H813 [zijn]: Askenaz H7384 , en Rifath H8425 , en Togarma.
  4 H1121 En de zonen H3120 van Javan H473 [zijn]: Elisa H8659 , en Tarsis H3794 ; de Chittieten H1721 en Dodanieten.
  5 H4480 Van H429 dezen H6504 H8738 zijn verdeeld H339 de eilanden H1471 der volken H776 in hun landschappen H376 , elk H3956 naar zijn spraak H4940 , naar hun huisgezinnen H1471 , onder hun volken.
  6 H1121 En de zonen H2526 van Cham H3568 [zijn]: Cusch H4714 en Mitsraim H6316 , en Put H3667 , en Kanaan.
  7 H1121 En de zonen H3568 van Cusch H5434 [zijn]: Seba H2341 en Havila H5454 , en Sabta H7484 , en Raema H5455 , en Sabtecha H1121 . En de zonen H7484 van Raema H7614 zijn: Scheba H1719 en Dedan.
  8 H3568 En Cusch H3205 H8804 gewon H5248 Nimrod H1931 ; deze H2490 H8689 begon H1368 geweldig H1961 H8800 te zijn H776 op de aarde.
  9 H1931 Hij H1961 H8804 was H1368 een geweldig H6718 jager H6440 voor het aangezicht H3068 des HEEREN H5921 H3651 ; daarom H559 H8735 wordt gezegd H5248 : Gelijk Nimrod H1368 , een geweldig H6718 jager H6440 voor het aangezicht H3068 des HEEREN.
  10 H7225 En het beginsel H4467 zijns rijks H1961 H8799 was H894 Babel H751 , en Erech H390 , en Accad H3641 , en Calne H776 in het land H8152 Sinear.
  11 H4480 Uit H776 ditzelve land H804 is Assur H3318 H8804 uitgegaan H1129 H8799 , en heeft gebouwd H5210 Nineve H7344 , en Rehoboth H5892 , Ir H3625 , en Kalach.
  12 H7449 En Resen H996 , tussen H5210 Nineve H996 en tussen H3625 Kalach H1931 ; deze H1419 is die grote H5892 stad.
  13 H4714 En Mitsraim H3205 H8804 gewon H3866 de Ludieten H6047 , en de Anamieten H3853 , en de Lehabieten H5320 , en de Naftuchieten,
  14 H6625 En de Pathrusieten H3695 , en de Casluchieten H4480 , van H834 H8033 waar H6430 de Filistijnen H3318 H8804 uitgekomen zijn H3732 , en de Caftorieten.
  15 H3667 En Kanaan H3205 H8804 gewon H6721 Sidon H1060 , zijn eerstgeborene H2845 , en Heth,
  16 H2983 En den Jebusiet H567 , en den Amoriet H1622 , en den Girgasiet,
  17 H2340 En den Hivviet H6208 , en den Arkiet H5513 , en den Siniet,
  18 H721 En den Arvadiet H6786 , en den Tsemariet H2577 , en den Hamathiet H310 ; en daarna H4940 zijn de huisgezinnen H3669 der Kanaanieten H6327 H8738 verspreid.
  19 H1366 En de landpale H3669 der Kanaanieten H1961 H8799 was H6721 van Sidon H935 H8800 , daar gij gaat H1642 naar Gerar H5704 tot H5804 Gaza H935 H8800 toe; daar gij gaat H5467 naar Sodom H6017 en Gomorra H126 , en Adama H6636 , en Zoboim H5704 , tot H3962 Lasa toe.
  20 H429 Deze H1121 [zijn] zonen H2526 van Cham H4940 , naar hun huisgezinnen H3956 , naar hun spraken H776 , in hun landschappen H1471 , in hun volken.
  21 H8035 Voorts zijn Sem H3205 H8795 [zonen] geboren H1931 ; dezelve H1571 [is] ook H1 de vader H3605 aller H1121 zonen H5677 van Heber H251 , broeder H3315 van Jafeth H1419 , den grootste.
  22 H8035 Sems H1121 zonen H5867 [waren] Elam H804 , en Assur H775 , en Arfachsad H3865 , en Lud H758 , en Aram.
  23 H758 En Arams H1121 zonen H5780 [waren] Uz H2343 , en Hul H1666 , en Gether H4851 , en Maz.
  24 H775 En Arfachsad H3205 H8804 gewon H7974 Selah H7974 , en Selah H3205 H8804 gewon H5677 Heber.
  25 H5677 En Heber H8147 werden twee H1121 zonen H3205 H8795 geboren H259 ; des enen H8034 naam H6389 was Peleg H3588 ; want H3117 in zijn dagen H776 is de aarde H6385 H8738 verdeeld H251 ; en zijns broeders H8034 naam H3355 was Joktan.
  26 H3355 En Joktan H3205 H8804 gewon H486 Almodad H8026 , en Selef H2700 , en Hatsarmaveth H3392 , en Jarach,
  27 H1913 En Hadoram H187 , en Usal H1853 , en Dikla,
  28 H5745 En Obal H39 , en Abimael H7614 , en Scheba,
  29 H211 En Ofir H2341 , en Havila H3103 , en Jobab H428 ; deze H3605 allen H1121 waren zonen H3355 van Joktan.
  30 H4186 En hun woning H1961 H8799 was H4480 van H4852 Mescha H935 H8800 af, daar gij gaat H5611 naar Sefar H2022 , het gebergte H6924 van het oosten.
  31 H428 Deze H1121 [zijn] zonen H8035 van Sem H4940 , naar hun huisgezinnen H3956 , naar hun spraken H776 , in hun landschappen H1471 , naar hun volken.
  32 H428 Deze H4940 [zijn] de huisgezinnen H1121 der zonen H5146 van Noach H8435 , naar hun geboorten H1471 , in hun volken H4480 ; en van H428 dezen H1471 zijn de volken H776 op de aarde H6504 H8738 verdeeld H310 na H3999 den vloed.

Genesis 20:1

  1 H85 En Abraham H5265 H8799 reisde H776 van daar naar het land H5045 van het zuiden H3427 H8799 , en woonde H996 tussen H6946 Kades H996 en tussen H7793 Sur H1481 H8799 ; en hij verkeerde als vreemdeling H1642 te Gerar.

Genesis 50:20

  20 H859 Gijlieden H7451 wel, gij hebt kwaad H5921 tegen H2803 H8804 mij gedacht H430 ; [doch] God H2896 heeft dat ten goede H2803 H8804 gedacht H4616 ; opdat H6213 H8800 Hij deed H2088 , gelijk het te dezen H3117 dage H7227 is, om een groot H5971 volk H2421 H8687 in het leven te behouden.

1 John 3:1-2

  1 G1492 G5628 Ziet G4217 , hoe grote G26 liefde G2254 ons G3962 de Vader G1325 G5758 gegeven heeft G2443 , [namelijk] dat G5043 wij kinderen G2316 Gods G2564 G5686 genaamd zouden worden G1223 G5124 . Daarom G1097 G5719 kent G2248 ons G2889 de wereld G3756 niet G3754 , omdat G846 zij Hem G3756 niet G1097 G5627 kent.
  2 G27 Geliefden G3568 , nu G2070 G5748 zijn wij G5043 kinderen G2316 Gods G2532 , en G3768 het is nog niet G5319 G5681 geopenbaard G5101 , wat G2071 G5704 wij zijn zullen G1161 . Maar G1492 G5758 wij weten G3754 , dat G1437 als G5319 G5686 [Hij] zal geopenbaard zijn G846 , wij Hem G3664 zullen gelijk G2071 G5704 wezen G3754 ; want G846 wij zullen Hem G3700 G5695 zien G2531 , gelijk G2076 G5748 Hij is.

1 John 1:1-10

  1 G3739 Hetgeen G575 van G746 den beginne G2258 G5713 was G3739 , hetgeen G191 G5754 wij gehoord hebben G3739 , hetgeen G3708 G5758 wij gezien hebben G2257 met onze G3788 ogen G3739 , hetgeen G2300 G5662 wij aanschouwd hebben G2532 , en G2257 onze G5495 handen G5584 G5656 getast hebben G4012 , van G3056 het Woord G2222 des levens;
  2 G2532 (Want G2222 het Leven G5319 G5681 is geopenbaard G2532 , en G3708 G5758 wij hebben het gezien G2532 , en G3140 G5719 wij getuigen G2532 , en G518 G5719 verkondigen G5213 ulieden G166 dat eeuwige G2222 Leven G3748 , Hetwelk G4314 bij G3962 den Vader G2258 G5713 was G2532 , en G2254 ons G5319 G5681 is geopenbaard.)
  3 G3739 Hetgeen G3708 G5758 wij [dan] gezien G2532 en G191 G5754 gehoord hebben G518 G5719 , dat verkondigen wij G5213 u G2443 , opdat G2532 ook G5210 gij G3326 met G2257 ons G2842 gemeenschap G2192 G5725 zoudt hebben G2532 , en G2251 deze onze G2842 gemeenschap G1161 ook G3326 [zij] met G3962 den Vader G2532 , en G3326 met G846 Zijn G5207 Zoon G2424 Jezus G5547 Christus.
  4 G2532 En G5023 deze dingen G1125 G5719 schrijven wij G5213 u G2443 , opdat G5216 uw G5479 blijdschap G4137 G5772 vervuld G5600 G5753 zij.
  5 G2532 En G3778 dit G2076 G5748 is G1860 de verkondiging G3739 , die G575 wij van G846 Hem G191 G5754 gehoord hebben G2532 , en G5213 wij u G312 G5719 verkondigen G3754 , dat G2316 God G5457 een Licht G2076 G5748 is G2532 , en G3762 gans G3756 geen G4653 duisternis G1722 in G846 Hem G2076 G5748 is.
  6 G1437 Indien G2036 G5632 wij zeggen G3754 , dat G2842 wij gemeenschap G3326 met G846 Hem G2192 G5719 hebben G2532 , en G1722 wij in G4655 de duisternis G4043 G5725 wandelen G5574 G5727 , zo liegen wij G2532 , en G4160 G5719 doen G225 de waarheid G3756 niet.
  7 G1161 Maar G1437 indien G1722 wij in G5457 het licht G4043 G5725 wandelen G5613 , gelijk G846 Hij G1722 in G5457 het licht G2076 G5748 is G2192 G5719 , zo hebben wij G2842 gemeenschap G3326 met G240 elkander G2532 , en G129 het bloed G2424 van Jezus G5547 Christus G846 , Zijn G5207 Zoon G2511 G5719 , reinigt G2248 ons G575 van G3956 alle G266 zonde.
  8 G1437 Indien G2036 G5632 wij zeggen G3754 , dat G3756 wij geen G266 zonde G2192 G5719 hebben G4105 G5719 , zo verleiden wij G1438 ons zelven G2532 , en G225 de waarheid G2076 G5748 is G1722 in G2254 ons G3756 niet.
  9 G1437 Indien G2257 wij onze G266 zonden G3670 G5725 belijden G2076 G5748 , Hij is G4103 getrouw G2532 en G1342 rechtvaardig G2443 , dat G2254 Hij ons G266 de zonden G863 G5632 vergeve G2532 , en G2248 ons G2511 G5661 reinige G575 van G3956 alle G93 ongerechtigheid.
  10 G1437 Indien G2036 G5632 wij zeggen G3754 , dat G3756 wij niet G264 G5758 gezondigd hebben G4160 G5719 , zo maken wij G846 Hem G5583 tot een leugenaar G2532 , en G846 Zijn G3056 woord G2076 G5748 is G3756 niet G1722 in G2254 ons.

Genesis 4:7

  7 H3808 [Is] [er] niet H518 , indien H3190 H8686 gij weldoet H7613 , verhoging H518 ? en zo H3808 gij niet H3190 H8686 weldoet H2403 , de zonde H7257 H8802 ligt H6607 aan de deur H8669 . Zijn begeerte H413 is toch tot H859 u, en gij H4910 H8799 zult over hem heersen.

Genesis 8:1-22

  1 H430 En God H2142 H8799 gedacht H5146 aan Noach H3605 , en aan al H2416 het gedierte H3605 , en aan al H929 het vee H834 , dat H854 met H8392 hem in de ark H430 [was]; en God H5674 H0 deed H7307 een wind H5921 over H776 de aarde H5674 H8686 doorgaan H4325 , en de wateren H7918 H8799 werden stil.
  2 H4599 Ook werden de fonteinen H8415 des afgronds H699 , en de sluizen H8064 des hemels H5534 H8735 gesloten H1653 , en de plasregen H4480 van H8064 den hemel H3607 H8735 werd opgehouden.
  3 H7725 H0 Daartoe keerden H4325 de wateren H7725 H8799 weder H4480 van H5921 boven H776 de aarde H7725 H8800 , heen en weder H1980 H8800 vloeiende H4325 , en de wateren H2637 H8799 namen af H4480 ten H7097 einde H3967 van honderd H2572 en vijftig H3117 dagen.
  4 H8392 En de ark H5117 H8799 rustte H7637 in de zevende H2320 maand H6240 H7651 , op den zeventienden H3117 dag H2320 der maand H5921 , op H2022 de bergen H780 van Ararat.
  5 H4325 En de wateren H1961 H8804 waren H1980 H8800 gaande H2637 H8800 , en afnemende H5704 tot H6224 de tiende H2320 maand H6224 ; in de tiende H259 [maand], op den eersten H2320 der maand H7218 , werden de toppen H2022 der bergen H7200 H8738 gezien.
  6 H1961 H8799 En het geschiedde H4480 , ten H7093 einde H705 van veertig H3117 dagen H5146 , dat Noach H2474 het venster H8392 der ark H834 , die H6213 H8804 hij gemaakt had H6605 H8799 , opendeed.
  7 H7971 H0 En hij liet H6158 een raaf H7971 H8762 uit H3318 H8800 , die dikwijls heen H7725 H8800 en weder H3318 H8799 ging H5704 , totdat H4325 de wateren H4480 van H5921 boven H776 de aarde H3001 H8800 verdroogd waren.
  8 H7971 H0 Daarna liet hij H3123 een duif H4480 van H854 zich H7971 H8762 uit H7200 H8800 , om te zien H4325 , of de wateren H7043 H8804 gelicht waren H4480 van H5921 boven H6440 H127 den aardbodem.
  9 H3123 Maar de duif H4672 H8804 vond H3808 geen H4494 rust H3709 voor het hol H7272 van haar voet H7725 H8799 ; zo keerde zij weder H413 tot H413 hem in H8392 de ark H3588 ; want H4325 de wateren H5921 H6440 [waren] op H3605 de ganse H776 aarde H7971 H0 ; en hij stak H3027 zijn hand H7971 H8799 uit H3947 H8799 , en nam H935 H8686 haar, en bracht H853 haar H413 tot H413 zich in H8392 de ark.
  10 H2342 H8799 En hij verbeidde H5750 nog H7651 zeven H312 andere H3117 dagen H7971 H8763 ; toen liet hij H3123 de duif H3254 H8686 wederom H4480 uit H8392 de ark.
  11 H3123 En de duif H935 H8799 kwam H413 tot H6256 H6153 hem tegen den avondtijd H2009 ; en ziet H2965 , een afgebroken H2132 H5929 olijfblad H6310 [was] in haar bek H3045 H8799 ; zo merkte H5146 Noach H3588 , dat H4325 de wateren H4480 van H5921 boven H776 de aarde H7043 H8804 gelicht waren.
  12 H3176 H8735 Toen vertoefde hij H5750 nog H7651 zeven H312 andere H3117 dagen H7971 H0 ; en hij liet H3123 de duif H7971 H8762 uit H7725 H0 H3254 H0 ; maar zij keerde H3808 niet H5750 meer H7725 H8800 H3254 H8804 weder H413 tot hem.
  13 H1961 H8799 En het geschiedde H8337 H3967 in het zeshonderd H259 en eerste H8141 jaar H7223 , in de eerste H259 [maand], op den eersten H2320 derzelver maand H4325 , dat de wateren H2717 H8804 droogden H4480 van H5921 boven H776 de aarde H5493 H0 ; toen deed H5146 Noach H4372 het deksel H8392 der ark H5493 H8686 af H7200 H8799 , en zag toe H2009 , en ziet H6440 H127 , de aardbodem H2717 H8804 was gedroogd.
  14 H8145 En in de tweede H2320 maand H7651 , op den zeven H6242 en twintigsten H3117 dag H2320 der maand H776 , was de aarde H3001 H8804 opgedroogd.
  15 H1696 H8762 Toen sprak H430 God H413 tot H5146 Noach H559 H8800 , zeggende:
  16 H3318 H8798 Ga H4480 uit H8392 de ark H859 , gij H802 , en uw huisvrouw H1121 , en uw zonen H802 , en de vrouwen H1121 uwer zonen H854 met u.
  17 H3605 Al H2416 het gedierte H834 , dat H854 met u H4480 [is], van H3605 alle H1320 vlees H5775 , aan gevogelte H929 , en aan vee H3605 , en aan al H7431 het kruipend gedierte H5921 , dat op H776 de aarde H7430 H8802 kruipt H3318 H0 , doe H854 met H3318 H8685 u uitgaan H8317 H8804 ; en dat zij overvloediglijk voorttelen H776 op de aarde H6509 H8804 , en vruchtbaar zijn H7235 H8804 , en vermenigvuldigen H5921 op H776 de aarde.
  18 H3318 H0 Toen ging H5146 Noach H3318 H8799 uit H1121 , en zijn zonen H802 , en zijn huisvrouw H802 , en de vrouwen H1121 zijner zonen H854 met hem.
  19 H3605 Al H2416 het gedierte H3605 , al H7431 het kruipende H3605 , en al H5775 het gevogelte H3605 , al H5921 wat zich op H776 de aarde H7430 H8802 roert H4940 , naar hun geslachten H3318 H8804 , gingen H4480 uit H8392 de ark.
  20 H5146 En Noach H1129 H8799 bouwde H3068 den HEERE H4196 een altaar H3947 H8799 ; en hij nam H4480 van H3605 al H2889 het reine H929 vee H4480 , en van H3605 al H2889 het rein H5775 gevogelte H5927 H8686 , en offerde H5930 brandofferen H4196 op dat altaar.
  21 H3068 En de HEERE H7306 H8686 rook H5207 dien liefelijken H853 , H7381 reuk H3068 , en de HEERE H559 H8799 zeide H413 in H3820 Zijn hart H3254 H8686 : Ik zal voortaan H127 den aardbodem H3808 niet H5750 meer H7043 H8763 vervloeken H5668 H0 om H120 des mensen H5668 wil H3588 ; want H3336 het gedichtsel H120 van 's mensen H3820 hart H7451 is boos H4480 van H5271 zijn jeugd H3254 H8686 aan; en Ik zal voortaan H3808 niet H5750 meer H3605 al H2416 het levende H5221 H8687 slaan H834 , gelijk als H6213 H8804 Ik gedaan heb.
  22 H5750 Voortaan H3605 al H3117 de dagen H776 der aarde H2233 zullen zaaiing H7105 en oogst H7120 , en koude H2527 en hitte H7019 , en zomer H2779 en winter H3117 , en dag H3915 en nacht H3808 , niet H7673 H8799 ophouden.

Genesis 48:1-22

  1 H1961 H8799 Het geschiedde H310 nu na H428 deze H1697 dingen H3130 , dat men Jozef H559 H8799 zeide H2009 : Zie H1 , uw vader H2470 H8802 is krank H3947 H8799 ! Toen nam hij H8147 zijn twee H1121 zonen H5973 met H4519 zich, Manasse H669 en Efraim!
  2 H5046 H8686 En men boodschapte H3290 Jakob H559 H8799 , en men zeide H2009 : Zie H1121 , uw zoon H3130 Jozef H935 H8802 komt H413 tot H2388 H8691 u! Zo versterkte zich H3478 Israel H3427 H8799 , en zat H5921 op H4296 het bed.
  3 H559 H8799 Daarna zeide H3290 Jakob H413 tot H3130 Jozef H410 : God H7706 de Almachtige H413 , is mij H7200 H8738 verschenen H3870 te Luz H776 , in het land H3667 Kanaan H853 , en Hij heeft mij H1288 H8762 gezegend;
  4 H413 En Hij heeft tot H559 H8799 mij gezegd H2009 : Zie H6509 H8688 , Ik zal u vruchtbaar maken H7235 H8689 , en u vermenigvuldigen H6951 , en u tot een hoop H5971 van volken H5414 H8804 stellen H2233 ; en Ik zal aan uw zaad H310 na u H2063 dit H776 land H5769 tot een eeuwige H272 bezitting H5414 H8804 geven.
  5 H6258 Nu dan H8147 , uw twee H1121 zonen H776 H4714 , die u in Egypteland H3205 H8737 geboren waren H5704 , eer H4714 ik in Egypte H413 tot H935 H8800 u gekomen ben H1992 , zijn H669 mijne; Efraim H4519 en Manasse H1961 H8799 zullen mijne zijn H7205 , als Ruben H8095 en Simeon.
  6 H4138 Maar uw geslacht H834 , dat H310 gij na hen H3205 H8689 zult gewinnen H1961 H8799 , zullen uwe zijn H5921 ; zij zullen naar H251 hunner broederen H8034 naam H7121 H8735 genoemd worden H5159 in hun erfdeel.
  7 H589 Toen ik H4480 nu van H6307 Paddan H935 H8800 kwam H7354 , zo is Rachel H5921 bij H4191 H8804 mij gestorven H776 in het land H3667 Kanaan H1870 , op den weg H5750 , als het nog H3530 een kleine H776 streek lands H672 was, om tot Efrath H935 H8800 te komen H6912 H8799 ; en ik begroef H8033 haar aldaar H1870 aan den weg H672 van Efrath H1931 , welke H1035 is Bethlehem.
  8 H3478 En Israel H7200 H8799 zag H1121 de zonen H3130 van Jozef H559 H8799 , en zeide H4310 : Wiens H428 zijn deze?
  9 H3130 En Jozef H559 H8799 zeide H413 tot H1 zijn vader H1992 : Zij H1121 zijn mijn zonen H834 , die H430 mij God H2088 hier H5414 H8804 gegeven heeft H559 H8799 . En hij zeide H3947 H8798 : Breng hen H4994 toch H413 tot H1288 H8762 mij, dat ik hen zegene!
  10 H5869 Doch de ogen H3478 van Israel H3513 H8804 waren zwaar H4480 van H2207 ouderdom H3201 H8799 ; hij kon H3808 niet H7200 H8800 zien H853 ; en hij deed hen H5066 H8686 naderen H413 tot H5401 H8799 zich; toen kuste hij H2263 H8762 hen, en omhelsde hen.
  11 H3478 En Israel H559 H8799 zeide H413 tot H3130 Jozef H3808 : Ik had niet H6419 H8765 gemeend H6440 uw aangezicht H7200 H8800 te zien H2009 ; maar zie H430 , God H853 heeft mij H171 ook H2233 uw zaad H7200 H8689 doen zien!
  12 H853 Toen deed hen H3130 Jozef H3318 H8686 uitgaan H4480 H5973 van H1290 zijn knieen H7812 H8691 ; en hij boog zich H639 met zijn aangezicht H776 neder ter aarde.
  13 H3130 En Jozef H3947 H8799 nam H8147 die beiden H669 , Efraim H3225 met zijn rechterhand H4480 , tegenover H3478 Israels H8040 linkerhand H4519 , en Manasse H8040 met zijn linkerhand H4480 , tegenover H3478 Israels H3225 rechterhand H5066 H8686 , en hij deed hen naderen H413 tot hem.
  14 H3478 Maar Israel H7971 H8799 strekte H3225 zijn rechterhand H7896 H8799 uit, en leide H5921 die op H7218 het hoofd H669 van Efraim H1931 , hoewel hij H6810 de minste H8040 was, en zijn linkerhand H5921 op H7218 het hoofd H4519 van Manasse H7919 H0 ; hij bestierde H3027 zijn handen H7919 H8765 verstandelijk H3588 ; want H4519 Manasse H1060 was de eerstgeborene.
  15 H1288 H8762 En hij zegende H3130 Jozef H559 H8799 , en zeide H430 : De God H834 , voor Wiens H6440 aangezicht H1 mijn vaders H85 , Abraham H3327 en Izak H1980 H8694 , gewandeld hebben H430 , die God H853 , Die mij H7462 H8802 gevoed heeft H4480 , van H5750 dat ik was H5704 , tot H2088 op dezen H3117 dag;
  16 H4397 Die Engel H853 , Die mij H1350 H8802 verlost heeft H4480 van H3605 alle H7451 kwaad H1288 H8762 , zegene H5288 deze jongeren H8034 , en dat in hen mijn naam H7121 H8735 genoemd worde H8034 , en de naam H1 mijner vaderen H85 , Abraham H3327 en Izak H1711 H8799 , en dat zij vermenigvuldigen als vissen H7230 in menigte H7130 , in het midden H776 des lands!
  17 H3130 Toen Jozef H7200 H8799 zag H3588 , dat H1 zijn vader H3225 H3027 zijn rechterhand H5921 op H7218 het hoofd H669 van Efraim H7896 H8799 leide H3415 H8799 , zo was het kwaad H5869 in zijn ogen H8551 H8799 , en hij ondervatte H1 zijns vaders H3027 hand H853 , om die H4480 H5921 van H7218 het hoofd H669 van Efraim H5921 op H7218 het hoofd H4519 van Manasse H5493 H8687 af te brengen.
  18 H3130 En Jozef H559 H8799 zeide H413 tot H1 zijn vader H3808 : Niet H3651 alzo H1 , mijn vader H3588 ! want H2088 deze H1060 is de eerstgeborene H7760 H8798 ; leg H3225 uw rechterhand H5921 op H7218 zijn hoofd.
  19 H1 Maar zijn vader H3985 H8762 weigerde H559 H8799 het, en zeide H3045 H8804 : Ik weet H1121 het, mijn zoon H3045 H8804 ! ik weet H1931 het; hij H1571 zal ook H5971 tot een volk H1961 H8799 worden H1931 , en hij H1571 zal ook H1431 H8799 groot worden H199 ; maar nochtans H6996 zal zijn kleinste H251 broeder H1431 H8799 groter worden H4480 dan H2233 hij, en zijn zaad H4393 zal een volle menigte H1471 van volkeren H1961 H8799 worden.
  20 H1288 H8762 Alzo zegende hij H1931 ze te dien H3117 dage H559 H8800 , zeggende H3478 : In u zal Israel H1288 H8762 zegenen H559 H8800 , zeggende H430 : God H7760 H8799 zette H669 u als Efraim H4519 en als Manasse H7760 H8799 ! En hij zette H669 Efraim H6440 voor H4519 Manasse.
  21 H559 H8799 Daarna zeide H3478 Israel H413 tot H3130 Jozef H2009 : Zie H595 , ik H4191 H8801 sterf H430 ; maar God H5973 zal met H1961 H8804 ulieden wezen H853 , en Hij zal u H7725 H8689 wederbrengen H413 in H776 het land H1 uwer vaderen.
  22 H589 En ik H259 heb u een H7926 stuk lands H5414 H8804 gegeven H5921 boven H251 uw broederen H834 ; hetwelk H2719 ik, met mijn zwaard H7198 en met mijn boog H4480 , uit H3027 de hand H567 der Amorieten H3947 H8804 genomen heb.

Genesis 1:26-28

  26 H430 En God H559 H8799 zeide H6213 H0 : Laat Ons H120 mensen H6213 H8799 maken H6754 , naar Ons beeld H1823 , naar Onze gelijkenis H7287 H8799 ; en dat zij heerschappij hebben H1710 over de vissen H3220 der zee H5775 , en over het gevogelte H8064 des hemels H929 , en over het vee H3605 , en over de gehele H776 aarde H3605 , en over al H7431 het kruipend gedierte H5921 , dat op H776 de aarde H7430 H8802 kruipt.
  27 H430 En God H1254 H8799 schiep H120 den mens H6754 naar Zijn beeld H6754 ; naar het beeld H430 van God H1254 H8804 schiep Hij H853 hem H2145 ; man H5347 en vrouw H1254 H8804 schiep Hij H853 ze.
  28 H430 En God H1288 H8762 zegende H853 hen H430 , en God H559 H8799 zeide H6509 H8798 tot hen: Weest vruchtbaar H7235 H8798 , en vermenigvuldigt H4390 H8798 , en vervult H776 de aarde H3533 H8798 , en onderwerpt haar H7287 H8798 , en hebt heerschappij H1710 over de vissen H3220 der zee H5775 , en over het gevogelte H8064 des hemels H3605 , en over al H2416 het gedierte H5921 , dat op H776 de aarde H7430 H8802 kruipt!

Genesis 1:1-31

  1 H7225 In den beginne H1254 H8804 schiep H430 God H853 den H8064 hemel H853 en de H776 aarde.
  2 H776 De aarde H1961 H8804 nu was H8414 woest H922 en ledig H2822 , en duisternis H5921 H6440 [was] op H8415 den afgrond H7307 ; en de Geest H430 Gods H7363 H8764 zweefde H5921 H6440 op H4325 de wateren.
  3 H430 En God H559 H8799 zeide H1961 H8799 : Daar zij H216 licht H1961 H8799 ! en daar werd H216 licht.
  4 H430 En God H7200 H8799 zag H853 het H216 licht H3588 , dat H2896 het goed H430 [was]; en God H914 H8686 maakte scheiding H996 tussen H216 het licht H996 en tussen H2822 de duisternis.
  5 H430 En God H7121 H8799 noemde H216 het licht H3117 dag H2822 , en de duisternis H7121 H8804 noemde Hij H3915 nacht H1961 H0 . Toen was H6153 het avond H1961 H8799 geweest H1961 H0 , en het was H1242 morgen H1961 H8799 geweest H259 , de eerste H3117 dag.
  6 H430 En God H559 H8799 zeide H1961 H8799 : Daar zij H7549 een uitspansel H8432 in het midden H4325 der wateren H1961 H8799 ; en dat make H914 H8688 scheiding H996 tussen H4325 wateren H4325 en wateren!
  7 H430 En God H6213 H8799 maakte H7549 dat uitspansel H914 H8686 , en maakte scheiding H996 tussen H4325 de wateren H834 , die H8478 onder H7549 het uitspansel H996 [zijn], en tussen H4325 de wateren H834 , die H5921 boven H7549 het uitspansel H1961 H8799 [zijn]. En het was H3651 alzo.
  8 H430 En God H7121 H8799 noemde H7549 het uitspansel H8064 hemel H1961 H0 . Toen was H6153 het avond H1961 H8799 geweest H1961 H0 , en het was H1242 morgen H1961 H8799 geweest H8145 , de tweede H3117 dag.
  9 H430 En God H559 H8799 zeide H4325 : Dat de wateren H8478 van onder H8064 den hemel H413 in H259 een H4725 plaats H6960 H8735 vergaderd worden H3004 , en dat het droge H7200 H8735 gezien worde H1961 H8799 ! En het was H3651 alzo.
  10 H430 En God H7121 H8799 noemde H3004 het droge H776 aarde H4723 , en de vergadering H4325 der wateren H7121 H8804 noemde Hij H3220 zeeen H430 ; en God H7200 H8799 zag H3588 , dat H2896 het goed [was].
  11 H430 En God H559 H8799 zeide H776 : Dat de aarde H1876 H8686 uitschiete H1877 grasscheutjes H6212 , kruid H2233 H2232 H8688 zaadzaaiende H6529 , vruchtbaar H6086 geboomte H6213 H8802 , dragende H6529 vrucht H4327 naar zijn aard H834 , welks H2233 zaad H5921 daarin zij op H776 de aarde H1961 H8799 ! En het was H3651 alzo.
  12 H776 En de aarde H3318 H8686 bracht voort H1877 grasscheutjes H6212 , kruid H2233 H2232 H8688 zaadzaaiende H4327 naar zijn aard H6529 H6213 H8802 , en vruchtdragend H6086 geboomte H2233 , welks H4327 zaad daarin was, naar zijn aard H430 . En God H7200 H8799 zag H3588 , dat H2896 het goed [was].
  13 H1961 H0 Toen was H6153 het avond H1961 H8799 geweest H1961 H0 , en het was H1242 morgen H1961 H8799 geweest H7992 , de derde H3117 dag.
  14 H430 En God H559 H8799 zeide H3974 : Dat er lichten H1961 H8799 zijn H7549 in het uitspansel H8064 des hemels H914 H8687 , om scheiding te maken H996 tussen H3117 den dag H996 en tussen H3915 den nacht H1961 H8799 ; en dat zij zijn H226 tot tekenen H4150 en tot gezette tijden H3117 , en tot dagen H8141 en jaren!
  15 H1961 H8799 En dat zij zijn H3974 tot lichten H7549 in het uitspansel H8064 des hemels H215 H8687 , om licht te geven H5921 op H776 de aarde H1961 H8799 ! En het was H3651 alzo.
  16 H430 God H6213 H8799 dan maakte H8147 die twee H1419 grote H3974 lichten H1419 ; dat grote H3974 licht H4475 tot heerschappij H3117 des daags H6996 , en dat kleine H3974 licht H4475 tot heerschappij H3915 des nachts H3556 ; ook de sterren.
  17 H430 En God H5414 H8799 stelde H853 ze H7549 in het uitspansel H8064 des hemels H215 H8687 , om licht te geven H5921 op H776 de aarde.
  18 H4910 H8800 En om te heersen H3117 op den dag H3915 , en in den nacht H914 H8687 , en om scheiding te maken H996 tussen H216 het licht H996 en tussen H2822 de duisternis H430 . En God H7200 H8799 zag H3588 , dat H2896 het goed [was].
  19 H1961 H0 Toen was H6153 het avond H1961 H8799 geweest H1961 H0 , en het was H1242 morgen H1961 H8799 geweest H7243 , de vierde H3117 dag.
  20 H430 En God H559 H8799 zeide H4325 : Dat de wateren H8317 H8799 overvloediglijk voortbrengen H8318 een gewemel H2416 van levende H5315 zielen H5775 ; en het gevogelte H5774 H8787 vliege H5921 boven H776 de aarde H5921 H6440 , in H7549 het uitspansel H8064 des hemels!
  21 H430 En God H1254 H8799 schiep H1419 de grote H8577 walvissen H3605 , en alle H2416 levende H7430 H8802 wremelende H5315 ziel H834 , welke H4325 de wateren H8317 H8804 overvloediglijk voortbrachten H4327 , naar haar aard H3605 ; en alle H3671 gevleugeld H5775 gevogelte H4327 naar zijn aard H430 . En God H7200 H8799 zag H3588 , dat H2896 het goed [was].
  22 H430 En God H1288 H8762 zegende H853 ze H559 H8800 , zeggende H6509 H8798 : Zijt vruchtbaar H7235 H8798 , en vermenigvuldigt H4390 H8798 , en vervult H4325 de wateren H3220 in de zeeen H5775 ; en het gevogelte H7235 H8799 vermenigvuldige H776 op de aarde!
  23 H1961 H0 Toen was H6153 het avond H1961 H8799 geweest H1961 H0 , en het was H1242 morgen H1961 H8799 geweest H2549 , de vijfde H3117 dag.
  24 H430 En God H559 H8799 zeide H776 : De aarde H3318 H0 brenge H2416 levende H5315 zielen H3318 H8686 voort H4327 , naar haar aard H929 , vee H7431 , en kruipend H2416 , en wild gedierte H776 der aarde H4327 , naar zijn aard H1961 H8799 ! En het was H3651 alzo.
  25 H430 En God H6213 H8799 maakte H2416 het wild gedierte H776 der aarde H4327 naar zijn aard H929 , en het vee H4327 naar zijn aard H3605 , en al H7431 het kruipend gedierte H127 des aardbodems H4327 naar zijn aard H430 . En God H7200 H8799 zag H3588 , dat H2896 het goed [was].
  26 H430 En God H559 H8799 zeide H6213 H0 : Laat Ons H120 mensen H6213 H8799 maken H6754 , naar Ons beeld H1823 , naar Onze gelijkenis H7287 H8799 ; en dat zij heerschappij hebben H1710 over de vissen H3220 der zee H5775 , en over het gevogelte H8064 des hemels H929 , en over het vee H3605 , en over de gehele H776 aarde H3605 , en over al H7431 het kruipend gedierte H5921 , dat op H776 de aarde H7430 H8802 kruipt.
  27 H430 En God H1254 H8799 schiep H120 den mens H6754 naar Zijn beeld H6754 ; naar het beeld H430 van God H1254 H8804 schiep Hij H853 hem H2145 ; man H5347 en vrouw H1254 H8804 schiep Hij H853 ze.
  28 H430 En God H1288 H8762 zegende H853 hen H430 , en God H559 H8799 zeide H6509 H8798 tot hen: Weest vruchtbaar H7235 H8798 , en vermenigvuldigt H4390 H8798 , en vervult H776 de aarde H3533 H8798 , en onderwerpt haar H7287 H8798 , en hebt heerschappij H1710 over de vissen H3220 der zee H5775 , en over het gevogelte H8064 des hemels H3605 , en over al H2416 het gedierte H5921 , dat op H776 de aarde H7430 H8802 kruipt!
  29 H430 En God H559 H8799 zeide H2009 : Ziet H3605 , Ik heb ulieden al H2233 H2232 H8802 het zaadzaaiende H6212 kruid H5414 H8804 gegeven H834 , dat H5921 H6440 op H3605 de ganse H776 aarde H853 [is], en H3605 alle H6086 geboomte H834 , in hetwelk H2233 H2232 H8802 zaadzaaiende H6086 H6529 boomvrucht H1961 H8799 is; het zij H402 u tot spijze!
  30 H3605 Maar aan al H2416 het gedierte H776 der aarde H3605 , en aan al H5775 het gevogelte H8064 des hemels H3605 , en aan al H7430 H8802 het kruipende gedierte H5921 op H776 de aarde H834 , waarin H2416 een levende H5315 ziel H3605 [is], [heb] [Ik] al H3418 het groene H6212 kruid H402 tot spijze H1961 H8799 [gegeven]. En het was H3651 alzo.
  31 H430 En God H7200 H8799 zag H3605 al H834 wat H6213 H8804 Hij gemaakt had H2009 , en ziet H3966 , [het] [was] zeer H2896 goed H1961 H0 . Toen was H6153 het avond H1961 H8799 geweest H1961 H0 , en het was H1242 morgen H1961 H8799 geweest H8345 , de zesde H3117 dag.

Topical data is from OpenBible.info, retrieved November 11, 2013, and licensed under a Creative Commons Attribution License.