Proverbs 29:7 Cross References - DSV_Strongs
1 Samuel 25:9-11
9
H5288
Toen de jongelingen
H1732
van David
H935 H8799
gekomen waren
H1732
, en in Davids
H8034
naam
H3605
naar al
H428
die
H1697
woorden
H413
tot
H5037
Nabal
H1696 H8762
gesproken hadden
H5117 H8799
, zo hielden zij stil.
10
H5037
En Nabal
H6030 H8799
antwoordde
H5650
den knechten
H1732
van David
H559 H8799
, en zeide
H4310
: Wie
H1732
is David
H4310
, en wie
H1121
is de zoon
H3448
van Isai
H3117
? Er zijn heden
H7231 H8804
vele
H5650
knechten
H6555 H8693
, die zich afscheuren
H376
, elk
H4480 H6440
van
H113
zijn heer.
11
H3899
Zou ik dan mijn brood
H4325
, en mijn water
H2878
, en mijn geslacht
H3947 H8804
[vlees] nemen
H834
, dat
H1494 H8802
ik voor mijn scheerders
H2873 H8804
geslacht heb
H582
, en zou ik het den mannen
H5414 H8804
geven
H834
, die
H3808
ik niet
H3045 H8804
weet
H4480 H2088
, van
H335
waar
H1992
zij zijn?
Job 29:16
Job 31:13
Job 31:21
Psalms 31:7
Psalms 41:1
Proverbs 21:13
Proverbs 31:8-9
Jeremiah 5:28
28
H8080 H8804
Zij zijn vet
H6245 H8804
, zij zijn glad
H1697
, zelfs de daden
H7451
der bozen
H5674 H8804
gaan zij te boven
H1779
; de rechtzaak
H1777 H8804
richten zij
H3490
niet, [zelfs] de rechtzaak des wezen
H6743 H8686
, nochtans zijn zij voorspoedig
H8199 H8804
; ook oordelen zij
H4941
het recht
H34
der nooddruftigen niet.
Jeremiah 22:15-17
15
H4427 H8799
Zoudt gij regeren
H8474 H8808
, omdat gij u mengt
H730
met den ceder
H1
? Heeft niet uw vader
H398 H8804
gegeten
H8354 H8804
en gedronken
H4941
, en recht
H6666
en gerechtigheid
H6213 H8804
gedaan
H2896
, [en] het ging hem toen wel?
Ezekiel 22:7
Ezekiel 22:29-31
29
H5971
Het volk
H776
des lands
H6231 H8804
pleegt
H6233
enkel verdrukking
H1497 H8804
, en bedrijft
H1498
enkel roverij
H3238 H8689
, ook onderdrukken zij
H6041
den ellendige
H34
en nooddruftige
H1616
, en den vreemdeling
H6231 H8804
verdrukken zij
H4941
zonder recht.
Micah 3:1-4
1
H559 H8799
Voorts zeide ik
H8085 H8798
: Hoort
H4994
nu
H7218
, gij hoofden
H3290
Jakobs
H7101
, en gij oversten
H1004
van het huis
H3478
Israels
H3808
! Betaamt het ulieden niet
H4941
het recht
H3045 H8800
te weten?
2
H8130 H8802
Zij haten
H2896
het goede
H157 H0
, en hebben
H7451
het kwade
H157 H8802
lief
H1497 H8802
; zij roven
H5785
hun huid
H4480 H5921
van
H7607
hen af, en hun vlees
H4480 H5921
van
H6106
hun beenderen.
3
H834
Ja, zij zijn het, die
H7607
het vlees
H5971
mijns volks
H398 H8804
eten
H4480 H5921
, en
H5785
hun huid
H6584 H8689
afstropen
H6106
, en hun beenderen
H6476 H8765
verbreken
H6566 H8804
; en vaneen leggen
H834
, gelijk als
H5518
in een pot
H1320
, en als vlees
H8432
in het midden
H7037
eens ketels.
Galatians 6:1
1
G80
Broeders
G1437
, indien
G2532
ook
G444
een mens
G4301 G5686
vervallen ware
G1722
door
G5100
enige
G3900
misdaad
G5210
, gij
G3588
, die
G4152
geestelijk
G2675 G
zijt, brengt
G5108
den zodanige
G2675 G5720
te recht
G1722
met
G4151
den geest
G4236
der zachtmoedigheid
G4648 G5723
; ziende op
G4572
uzelven
G2443
, opdat
G2532
ook
G4771
gij
G3361
niet
G3985 G5686
verzocht wordt.